Con amore

Anoniem nov 12, 2021
Con amore

Vandaag ga ik als eerste naar mijnheer Marino. De afgelopen dagen was hij voortdurend in mijn gedachten. Ik heb mijzelf gedwongen om hem geen extra bezoekje te brengen want het waren mijn “werkdagen” niet. Het voelt niet goed dat hij zo alleen in een hospice ligt. 

Als ik op zijn kamer kom, tref ik hem nog fragieler aan dan hij al was. Hij ademt zwaar en heeft pijn. Hij lacht naar me en zegt 'dankuwel', met zijn lichte Italiaanse accent. "Dankuwel, mevrouw…… Dankuwel, alleen maar omdat ik er ben. 

Even na mij komt ook de arts binnen.Haar vraag of hij pijn heeft beantwoordt hij met een knikje. Verzorgen deed veel pijn, zegt hij. Door zijn Italiaanse accent en zijn zwakheid is hij moeilijk te verstaan. Ik zal de verpleging vragen u zuurstof te geven en een spuitje tegen de pijn, zegt de arts. 

Buiten zijn gehoorafstand praat ik kort met de arts. Ik vraag haar waarom hij niks krijgt om zachter en sneller in te slapen. Ze vertelt mij dat het bij wet zó geregeld is dat de overgang naar de dood alleen geholpen mag worden als dit van tevoren bij wet geregeld is. Ik kan dus niet meer doen dan ietwat verlichten, zegt ze  Maar zo’n man gun je wel iemand die zijn hand vasthoud, dat hij niet zo alleen is, zegt ze. Als de arts weg is ga ik naast hem zitten. Na enige tijd pakt hij mijn hand en zijn ogen zoeken mij. In de komende drie kwartier zullen zijn ogen mij regelmatig zoeken, alsof hij bevestigd wil worden dat ik er nog ben. Het is afschuwelijk om te zien hoeveel energie het ademen hem kost. Ik vraag mij af waar de dokter met het zuurstof en het spuitje blijft. Het wachten duurt erg lang. Dan plots verandert zijn toestand. Zijn ademhaling wordt rustiger, ontspannener. Ik realiseer me dat hij stervende is. Omdat ik de arts wil waarschuwen druk ik op de bel. Er komt niemand. Ik bel nogmaals en nogmaals en nogmaals. Er komt niemand. Omdat ik zijn hand niet wil loslaten blijf ik zitten. Hij zucht nog een keer diep en overlijdt. Pas als er geen teken van leven meer is sta ik op, loop over de gang en vertel de arts dat mijnheer Marino overleden is. Ze schrikt. Ik was net aan het bespreken dat hij extra zuurstof nodig had, zegt ze. 

Ze loopt met mij terug naar de kamer van mijnheer Marino. Een buitenstaander die hem zo zou zien liggen zou schrikken van de aanblik. Ik heb zijn strijd en zijn ademnood zien overgaan in vredige rust en dat voelt goed. Heel goed. Dankjewel mijnheer Marino dat ik bij u mocht zijn in de laatste minuten van uw leven.


De auteur van dit artikel is vrijwilliger in een hospice. De naam 'Marino' is gefingeerd.