Kwetsbaar

Auteur: Cindy Scholten, verpleegkundige
19.01.2022
Kwetsbaar
Auteur: Cindy Scholten, verpleegkundige
19.01.2022

Ik ken je pas twee dagen. Een maand geleden heb je je echtgenoot verloren aan Corona en ben je zelf ook op de IC beland. Daar kwam je vandaan, met 15 liter zuurstof en een no-return beleid. Het gaat niet goed me je, maar je wil nog niet dood. We doen wat we kunnen, zetten zuurstof om naar optiflow, eigenlijk tegen beter weten in. Het geeft je rust, je klampt je vast aan het leven.

Voor een dag lijkt het beter te gaan, maar daarna ga je langzaam achteruit.
Als mijn nachtdienst begint, hoor ik dat je een beetje morfine hebt gehad en dat het zuurstof in je bloed steeds lager wordt.
Al snel krijg je pijn op je borst en de spray die je al jaren hiervoor hebt, werkt niet meer. Je maakt je daar ongerust over. Ik geef een beetje morfine en blijf bij je zitten tot het werkt. Langzaamaan trekt de pijn weg en ontspan je een beetje.
Als ik later weer je kamer binnenkom, zie ik dat het weer slechter gaat. Je saturatie daalt en daalt, terwijl je ademhaling steeds sneller wordt. 30, 40 keer per minuut gaat je borstkas op en neer terwijl een machine liters warme lucht je neus in blaast. Ik bel de dokter en terwijl we op haar wachten zeg je: “Wat duurt het lang, dit houd ik niet vol, zo ga ik dood.”

Na een paar minuten, die een eeuwigheid lijken te duren, bevestigt de arts jou wat mijn collega’s en ik al weten: het einde is nabij. Zij gaat je kinderen bellen, terwijl mijn collega’s morfine klaarmaken. Je ademhaling stijgt naar 60 keer per minuut. We geven morfine continu via een klein naaldje onder de huid. Ik wil eigenlijk je infuus en maagsonde verwijderen, zodat je comfortabel ligt, maar dan hoor ik: “Ik ben zo bang."
Ik ga naast je zitten en pak je hand vast. Ik hoor dat je kinderen onderweg zijn. Je kijkt me met grote ogen aan en ik beloof je: “Ik blijf bij je, tot je kinderen er zijn.”

Ik zit daar, een uur, jouw hand in de mijne, je ogen die mij af en toe zoeken. Ik zeg je steeds dat ik je niet alleen laat. De morfine doet zijn werk, je ademhaling wordt rustiger. De pieper in mijn zak trilt tegen het bed en je kijkt me aan. "Ik ga echt niet weg, mijn collega’s zorgen nu even voor de andere patiënten." “Ik ben blij dat ik nu niet alleen hoef te zijn”, zeg je.

Je staart steeds langer in de verte. Ik zie een traan in je ogen, die niet valt. Je vecht om je ogen open te houden. Alsof je ze nooit meer open zal doen als je ze sluit.
Je reageert nauwelijks als je dochter en zoon binnenkomen. Ze hebben al met de arts gesproken, maar schrikken toch als ze je zo zien. Je zoon neemt mijn plaats over en ik geef je dochter een stoel aan de andere kant van het bed. Na een kort gesprekje laat ik jullie alleen.

Nog geen vijf minuten later gaat de bel: het is gebeurd, rustig en in het bijzijn van je kinderen, ben je ingeslapen.

Als alles is geregeld en je kinderen naar huis zijn gegaan, loop ik nog een keer je kamer binnen. Ik dank je dat je mij toe liet er voor je te zijn tijdens je meest kwetsbare momenten.
Lieve vrouw, rust zacht.


Foto: pexels.com

--------------------------------------------------------------------------

Heb je zelf ook een mooie ervaring met palliatieve zorg voor een nieuwe blog? Wil je meeschrijven? Kijk dan hier voor meer info.