'Je bent toch geen verpleegkundige?'

Auteur: Sabine Netters, internist-oncoloog
29.08.2025
'Je bent toch geen verpleegkundige?'
Auteur: Sabine Netters, internist-oncoloog
29.08.2025

In 2004, toen ik net begon als arts-assistent, schreven we nog met echte pennen in papieren dossiers. We hoefden niet 85% van onze tijd achter een computer te zitten om randzaken te regelen.
We liepen nog gewoon visite op zaal, samen met de verpleegkundigen.

Die dag liep mijn supervisor mee. Een man voor wie iedere assistent bang was. Terecht ook, want hij kon je maken of breken. Dat laatste gebeurde vaker. In die tijd dacht men nog dat je daar een betere arts van werd.

– Over twee dagen zijn mijn man en ik 50 jaar getrouwd.
– Wat bijzonder, gefeliciteerd alvast!
– De verpleegkundige heeft dat koffiezaaltje gereserveerd. Dan komt er ook wat familie naar het ziekenhuis toe. Hebben we toch nog een feest.

Ze straalde. We wisten allebei dat het haar laatste huwelijksfeest zou zijn. Mijn supervisor keek op zijn horloge.

Ik schreef in de status:
“Patiënte viert komend weekend haar 50-jarig huwelijksfeest.”

Mijn supervisor keek mee over mijn schouder. Hij trok een gezicht alsof hij zelf ziek was.

– Wat schrijf je daar nou op?
– Dat ze bijna 50 jaar getrouwd is.
– Je bent toch geen verpleegkundige? Dat soort dingen horen niet in een medisch dossier.

Ik haalde het eruit. Niet omdat ik het ermee eens was, maar omdat tegenspraak geen optie was. Eén verkeerd woord kon het einde van je opleiding betekenen.

Maar ik vergat het niet.

Na het weekend liep ik weer visite. Zonder supervisor.

– Goedemorgen mevrouw, hoe was het feest?

Ze keek op, zichtbaar verrast.

– Wat lief dat je dat vraagt… Het was prachtig.
– Onze kinderen waren er allemaal. En mijn man had zelfs een toespraakje gehouden, terwijl het helemaal geen prater is.
– Morgen zijn de foto’s klaar, ze doen het met voorrang. (Tja, in die tijd moest dat nog ontwikkeld worden.)

De volgende dag liep mijn supervisor weer mee. We kwamen bij haar langs. Op het nachtkastje stond een nieuw fotolijstje: zij in het ziekenhuisbed, haar man ernaast met een grote bos bloemen, de kinderen eromheen.

Ze straalden. Even was er geen ziekte. Alleen trots. Alleen liefde.

Ik pakte de foto op, keek naar haar, en zag hoe ze naar mijn supervisor keek. Ze zei snel dat het haar goed ging.

– Ik kom na het uitwerken van de visite nog even bij u terug.

Later dacht ik terug aan die opmerking van mijn supervisor. Hoe ik toen zelf ook bijna begon te geloven dat het misschien ‘niet professioneel’ was wat ik deed.

Maar nu weet ik: dát is juist professionaliteit. Dát is zorg.

Want we behandelen niet alleen ziektes. We zorgen voor mensen.

Uit onderzoek blijkt dat juist die aandacht voor wie iemand is, leidt tot betere zorg en meer betekenisvolle momenten in de laatste fase van het leven. (Berlinger, 2017, The Hastings Center Report).

Ik weet niet meer precies wat haar diagnose was. Maar ik weet nog wél hoe haar ogen straalden toen ik die middag terugkwam en ze alles over dat feest kon vertellen.

Ze haalde het einde van de week niet.
Maar het feest wel.