Verwijderd account

Auteur: Sabine Woudstra, dochter en leerling regieverpleegkundige
16.01.2026
Verwijderd account
Auteur: Sabine Woudstra, dochter en leerling regieverpleegkundige
16.01.2026

Onderaan de chats op mijn telefoon bewaar ik een kleine tijdcapsule met berichten van mijn overleden vader. Verwijderd account. Ik lees ons laatste app-contact terug, vandaag precies negen jaar geleden. Of ik wilde bellen. Hij was opgenomen. Iets met de maag. Spoed. Ik reageer haast laconiek en app terug dat ik nog omeprazol in huis heb. Maagpijn heeft hij immers al eerder gehad. Heel vervelend, maar niet levensbedreigend. De arts die ik kort daarna spreek, legt uit dat hij een maagbloeding heeft gehad. Opereren is geen optie, gezien zijn toestand. Of we willen komen. Even later treffen we mijn vader tot onze verbazing aan op de afdeling Orthopedie. Uit zijn neus steekt een slangetje waaraan een zakje hangt. De vloeistof die erin zit, lijkt nog het meest op cola, vind ik. Ook in zijn arm steekt een slangetje. ‘Morfine’, zegt hij tevreden en, ‘Eindelijk heb ik geen pijn meer’. Ik zie mijn vader rechtop zitten, honderduit pratend. Hoe ontstellend mager hij ook is (zijn armen steken als stokjes uit zijn witte T-shirt), hij lijkt er in ieder geval mentaal beter aan toe dan in lange tijd.

Terugkijkend valt me het contrast tussen ons op. Negen maanden eerder, toen hij de diagnose uitgezaaide longkanker kreeg (laatste stadium volgens de longarts) had hij geroepen dat hij zeker nog wel vijf, zes, zeven jaar mee zou gaan! Negen maanden lang gingen alle gesprekken over scans, medicatie, behandelingen. Nooit ging het over doodgaan. Alsof het woord zelf gevaarlijk was. Alsof uitspreken gelijk stond aan opgeven. Niemand die het lef had uit te spreken wat zijn diagnose eigenlijk betekende; ook artsen en verpleegkundigen niet. We modderden maar door. Hij met scans, medicatie en behandelingen, ik vooral met zorgen dat hij die kon volgen; steeds vaker onder protest, omdat ik niet meer aan kon zien hoe die hem zieker en zieker maakten.

Die laatste avond zijn de rollen omgedraaid. Zijn berichten zijn kort en zakelijk, zie ik. Hij geeft zijn horloges weg, schudt zijn portemonnee leeg. Alsof hij al weet dat dit geen omweg meer is, maar het eindstation. Ik stel gerust, bagatelliseer. Precies zoals hij dat eerder deed.

Negen jaar later zie ik hoe we ieder op een ander spoor zaten. En ik vraag me af hoe het geweest was, als dat gesprek wel gevoerd was. Als iemand eenvoudigweg gezegd had: ‘Dit is een ongeneeslijke ziekte. Hoe wilt u dat deze laatste periode eruitziet? Wat is voor u belangrijk?’ Misschien hadden we ons dan niet om beurten vastgeklampt aan hoop of ontkenning. Misschien was hij dan niet in zijn eentje ’s nachts overleden op de afdeling Orthopedie. Misschien hadden we dan minder gekibbeld. Meer geleefd.

Deze persoonlijke geschiedenis is een van de redenen dat ik drie jaar later, op mijn 44e, de opleiding tot verpleegkundige (HBO-V) ben gaan doen. Inmiddels ben ik in de afstudeerfase. Daarin richt ik mij op het bespreekbaar maken van het sterven met cliënten in de palliatieve fase en hun naasten. Want hoewel richtlijnen, kwaliteitskaders en protocollen er de mond vol van hebben, blijft het in de zorg nog veel te vaak stil over de dood. Ook na negen jaar nog.


Op dinsdagavond 20 januari organiseert Carend het Webinar 'Proactieve Zorgplanning'. Goede zorg aan het einde van het leven begint met één ding: het gesprek. We zoomen in op proactieve zorgplanning: samen vooruitkijken, wensen verhelderen en behandelkeuzes zorgvuldig vastleggen. PZP is geen formulier en geen vinklijstje. Het is luisteren. Het is het durven vragen te stellen die raken. Het is ruimte maken voor angst, hoop en twijfel – en helderheid bieden wanneer veel onzeker is. Meer informatie? Inschrijven? Klik hier