Bevrijdingsdag

Karin Donkers okt 19, 2021
Bevrijdingsdag

De onderzoeken zijn afgerond, de therapieën beëindigd. Er zijn vele gesprekken gevoerd, de pijnbestrijding is tegen beter weten in opgeschroefd en het besluit om thuis te sterven is genomen. 

Eerder die maand is in de gesprekken met de huisarts en de SCEN-arts de euthanasie gegrond verklaard, omdat er sprake is van uitzichtloos lijden. Ted, die nu de autonomie over zijn levenseinde heeft, krijgt het label van terminale patiënt en wordt vanuit het ziekenhuis naar huis gebracht, terwijl de hele stad oranje is gekleurd en je over de hoofden van de mensen kan lopen in het centrum van Alkmaar. Het is Koninginnedag.

Er is bij Ted sprake van vergevorderde longkanker en uitzaaiingen naar de keel en botten en hoewel maanden lang van alles is geprobeerd in verschillende ziekenhuizen, laat de kanker zich van zijn agressiefste kant zien. Er zijn helse pijnen, aangetaste stembanden en forse benauwdheid waar zelfs een morfinepomp en zuurstoftank geen verlichting kunnen brengen. Door de chemotherapie, de bestraling, de ruggenprikken, de pijnstilling en de dus niet aflatende pijn is zijn conditie hard achteruit gegaan.

Als de euthanasie begint, kruipen we bijna in elkaar. Voor de laatste keer voel ik zijn warmte, zijn huid en zijn liefde. Het geluid van een sleutel in het slot verstoort ons intiem samenzijn. Onze zoon komt binnen en zonder veel woorden omhelzen we elkaar. Omhelzen zij elkaar. Een ritueel dat opnieuw plaatsvindt als onze dochter ook is gearriveerd. We huilen, houden vast, praten zacht en vertellen elkaar hoeveel we van hem houden en hoe trots we op hem zijn. Er zijn geen laatste vragen meer, geen dingen die nog gezegd of uitgepraat moeten worden. Er is verdriet, oneindig veel verdriet. Maar tegelijkertijd berusting; we gunnen hem om verlost te worden van de pijn. 

De huisarts komt. Hij is nerveus en legt zijn ‘spullen’ op het voeteneind. Hij kijkt Ted nog een keer doordringend aan en vraagt of dit is wat hij wil. Ted zegt niets maar knikt zijn hoofd en kijkt ons liefdevol aan.

De kinderen en ik snikken maar knikken zachtjes als de huisarts vraagt of we er klaar voor zijn. Er komen slangetjes en ampullen te voorschijn. Hij legt uit dat er twee medicijnen worden toegediend. Het eerste is om rustig te worden en in te slapen en het tweede is om ervoor zal zorgen dat Ted overlijdt. Als hij een infuus wil inbrengen en tegen zijn arm tikt, excuseert hij zich voor het feit dat hij geen goede ader kan vinden om het ‘het middel’ toe te dienen. De armen van Ted zijn te mager. “Het gaat niet lukken en ik neem geen enkel risico. Ik vraag even of er een ambulance in de buurt is.”  Als hij op staat, beweegt hij zich wat schutterig, verontschuldigt zich en loopt met zijn telefoon aan zijn oor naar de gang.

“Kan er in huize Donkers dan wel een iets in een keer goed gaan?” zei Ted sarcastisch. Hoewel het natuurlijk schrijnend is, zien we er ook wel weer het gekke ervan in. Dood willen, hulp vragen maar de ader niet kunnen vinden. 


Het lijkt daarna uren te duren. Ik weet niet meer hoe we de tijd samen doorkomen. Als verdoofd kijk ik terug en probeer ik me de woorden te herinneren. “Er is gevraagd om assistentie, de ambulancebroeders komen zo snel mogelijk.” “Toch niet met sirene?”, roept iemand. En ja, daar komen ze binnen, twee jonge mannen. Ze stellen zich voor en spreken hun medeleven uit. Hoewel ik niet meer weet wat de exacte woorden waren, geven ze me veel vertrouwen.

We zitten nog steeds met z’n drieën naast het bed.  Mijn dochter houdt zijn ene hand vast, de hand van mijn zoon ligt op zijn schouder en ik houd zijn andere hand strelend in de mijne. De huisarts en broeders verdwijnen naar de gang en geven ons ‘ruimte’ om afscheid te nemen. Kort, er wordt niet veel gezegd. Er wordt vooral indringend gekeken, gezoend, gestreeld en vertrouwen uitgesproken.  Bedankt voor de geweldige vader, vriend en echtgenoot die hij is geweest.

Het is tijd, tijd om los te laten, tijd om te gaan, tijd om ……., tijd om……..tijd om……
Tijd voor de ambulancebroeder om het infuus te controleren en tijd voor de huisarts om …
De laatste woorden van de ambulancebroeder: ”Dag meneer Donkers, ik wens u een goede reis.

Dan is er het gevoel van het leven dat langzaam wegglijdt, de hand die slap wordt, de adem die stokt, de ontspanning op zijn gezicht, de kleur die verdwijnt, het omhulsel dat achterblijft.

Drie mensen willen en kunnen niet loslaten.
Loslaten betekent laten gaan, afscheid.
De realisatie komt dat onze lieverd, onze held niet meer ‘hier’ is.
Alles wat rest is liefde, pure liefde, hetgeen ons de kracht zal geven om los te laten, intens te rouwen maar verder te gaan, samen met mijn twee kinderen en de mooiste herinneringen aan jou.


Geschreven door Karin Donkers echtgenote van….
Dank aan de huisarts, de longarts, de oncologisch verpleegkundige, de oncologisch wijkverpleegkundige, mijn familie en aan de twee jonge ambulancebroeders zonder hen……..

In memoriam
Ted Donkers
21-06-1950 - 05-05-2010