Consoler toujours

Sander de Hosson 22-07-2022
Consoler toujours

‘Hoe houd je dit vol?’ De onderdrukte trilling in de stem van de coassistente is nog net hoorbaar. Als ik me naar haar toe draai, zie ik de rode blossen op haar wangen en de tranen in haar ooghoeken. Het is haar tweede week in het ziekenhuis, eindelijk, na drie jaren in de collegebanken.

We komen net uit een heftig gesprek met een man van tegen de tachtig. Sinds kort is bekend dat hij longkanker heeft, met uitzaaiingen door zijn hele lichaam. We hebben hem twee dagen opgenomen om het vocht weg te halen dat zich achter zijn long verzameld had. Meer dan vier liter hebben we verwijderd. De procedure was een succes; de opluchting van de man spreekt boekdelen. Zijn benauwdheid is afgenomen. Dat neemt niet weg dat zijn conditie de laatste maanden in vrije val is geraakt. En hoewel hij nog van alles wil, heb ik hem net verteld dat gezien zijn conditie chemotherapie niet zinvol is. Ik heb hem net verteld dat hij gaat sterven.

‘Hoe houd je het vol?’ is een vraag die me veel vaker gesteld wordt. Het antwoord is minder complex dan je misschien verwacht. Het begeleiden van mensen met leed van dit kaliber is van een ongekende schoonheid. Dagelijks werken vele zorgverleners zoals ik aan kwaliteit van leven en sterven voor patiënten die niet meer beter zullen worden. We werken aan het verlichten van pijn, benauwdheid en angst, en we praten over hoe het verder gaat.

Over sterven, over de dood. Wat daarbij wel en niet meer kan, hoeft en moet. We vertellen over krachtige medicijnen die we hebben om te voorkomen dat mensen stikken. Alleen al dat laatste bericht geeft zoveel opluchting. Werken aan kwaliteit van leven tot in de allerlaatste minuut is een ongekende drijfveer die dit werk dragelijk maakt, hoe verstikkend het nieuws dat je moet brengen ook is, en hoe verstikkend de situaties ook zijn waarin je terechtkomt. Troost – men noemt het ook wel compassie – is wat patiënten het hardst nodig hebben.

De eerste weken na de collegebanken kunnen een rauwe gewaarwording zijn. Ineens zijn al die interessante casuïstieken echte mensen. Ineens blijkt verlies van functies en vooral waardigheid patiënten het meest te tarten. Ineens blijkt dat een ongeneeslijke ziekte, het stervensproces, de dood en vooral zijn gruwelijke onomkeerbaarheid schrijnender zijn dan de opleiding je ooit heeft verteld.

Als het voor een coassistent moeilijk wordt en de tranen nabij zijn, pak ik de volgende prachtige spreuk erbij.

La médecine

c’est guérir parfois,

soulager souvent,

consoler toujours.

(toegeschreven aan Ambroise Paré, 1510–1590)

Geneeskunde

is soms genezen,

vaak verlichten,

maar altijd troost bieden.

De woorden definiëren voor mij de taken die elke zorgverlener behoort te hebben. Als ik ze lees, besef ik waar het in de zorg echt om gaat en vind ik de passie om vol te houden. Het is het bieden van troost en compassie dat uiteindelijk ook mijzelf troost.

De laatste taak die in de spreuk genoemd wordt, heeft in medische en verpleegkundige opleidingen een ondergeschikte plek, terwijl troost bieden veruit het belangrijkste streven van zorgverleners hoort te zijn. Het zou op elke deur van elk opleidingsinstituut gehamerd moeten worden.

Ik nodig iedere student uit deze eeuwenoude wijsheid in gedachten te houden bij al het belangrijke werk dat hem of haar te doen staat.

Consoler toujours. Het helpt je patiënt, het helpt ook jou.


Foto: Wikiwand. Artikel verscheen eerder in 'Slotcouplet' (de Arbeiderspers, 2018).