Niemand ontsnapt aan de dood

Ylka Kolken, dochter 25-05-2022
Niemand ontsnapt aan de dood

De eerste keer dat ik mijn vader zie huilen, ben ik 15 jaar als hij me vertelt dat hij kanker heeft. Wat ik toen nog niet wist, is dat het een lange reis zou gaan worden. Na vele behandelingen, fases van stabilisatie, en vooral heel veel onzekerheid, komen we jaar na jaar dichter bij het afscheid. Een reis waarbij we vaak leven tussen hoop en vrees, verdriet, maar ook boordevol liefde. Het is een reis van afscheid nemen, lang afscheid nemen. En rouwen? Dat begint precies op de dag, dat papa vertelt dat hij ziek is.

Naast praktische dingen die mijn hoofd af en toe doen overspoelen is er nog de relatie met papa. Langzaam begint het besef te komen dat hij weggaat. Maar nog steeds durf ik niet aan die rouwgevoelens te komen. Ik verlang naar zekerheid die niets of niemand mij kan bieden. Dat maakt me bang, verdrietig en wanhopig. Ik schrijf pagina’s vol met woorden maar ik weet niet wat ik zeggen wil. Ik zoek een reden die ik kan gebruiken om de buitenwereld te overtuigen dat ik het recht heb om triest te zijn. Ik voel me triest. In- en intriest.

Acht jaar na de diagnose vertelt mijn zus ons gezin dat ze een kindje verwacht. Mama wordt oma, ik word tante en papa wordt opa. Ik kan me nog goed herinneren hoe trots hij is. Hoe hard hij kan huilen van vreugde om dat wat hem te wachten staat. ‘Dat ik dat nog mag meemaken’. Helaas gaat het in de maanden die volgen steeds slechter met hem. Hij is mager en het bed is inmiddels verhuisd naar beneden. Hij slaapt veel, ‘lekker slapen’ zegt hij dan altijd. Hij geniet daarvan. Vaak kruip ik naast hem in dat bed en houd ik hem vast, alsof ik hem moet beschermen. Hoe gek het ook klinkt, ik geniet van die laatste periode.

Ik vind het fijn om met papa te praten over het leven, over wat er gaat komen, maar ook over de dood. Maar dat doodgaan, dat blijft een ding. Daar wil hij nog niet aan. Tot december 2019 alles in een paar dagen anders wordt. Mijn zus is bijna uitgerekend maar het gaat opeens heel slecht met papa.

Lieve papa. Met je rug naar me toegekeerd in je ziekenhuisachtige bed. Benen bloot, blauwe plekken van die gekke spuitjes zichtbaar op je dikke buik met daaronder je broodmagere benen. Mama wast je. Ik kijk ernaar. Wat ik precies voel weet ik niet. Het leven dat aan een dun draadje hangt? De rouw die ik zo sterk voel maar niet toe durf te laten? Het geluk dat hij nog hier is? De frustratie omdat ik duidelijkheid wil? En telkens als je zo ligt, met je steeds dunner wordende haar en je doorgelegen oor ben ik bang. Adem je nog? Schiet er altijd door mijn hoofd als ik meteen daarna gerustgesteld word door de repeterende op-en-neer beweging van het deken. Gelukkig. Vandaag nog niet. We leven nog.

December 2019 ontmoet ik mijn vader en moeder in het ziekenhuis in Maastricht. Ik heb net tentamens gehad. Voor het eerst in de hele periode van ziek zijn, zie ik wat er gebeurt. Hij is aan het sterven. Hij spreekt over rare onderwerpen, hij is duidelijk in de war. In die dagen kom ik met het boek ‘slotcouplet’ in aanraking. Ik heb het boek in twee avonden uitgelezen, en aan één stuk door gehuild. Ik vind troost in de verhalen. Ik kan me voorbereiden op elke stap. Papa heeft namelijk inmiddels een delier en begint te hallucineren. Het meest bijzondere vind ik de wederkerigheid van steun. Papa wil niet alleen zijn, mama mag niet eens met de hond gaan wandelen omdat zij zijn hand moet vasthouden. Maar tegelijkertijd sleept hij ons erdoorheen. Zelfs als wij om zijn bed heen staan te huilen, zegt hij “Kom op jongens, jullie kunnen dit”.

Op 22 december verlaat hij de aarde en verhuist hij, zoals Manu Keirse zegt, naar de harten die van hem gehouden hebben. Twee dagen later wordt zijn eerste kleinzoon geboren.

Foto: Hootsuite


We zijn ontzettend blij dat professor Manu Keirse, hoogleraar Rouw en auteurs van vele boeken over dit onderwerp op 28 juni een voordracht over dit onderwerp houdt tijdens het webinar 'Helpen bij verlies en verdriet'. Meer weten en aanmelden, klik hier