Saint-Emilion Grand Cru

Auteur: Sander de Hosson
25.05.2022
Saint-Emilion Grand Cru
Auteur: Sander de Hosson
25.05.2022

Met ingehouden adem loop ik ver na reguliere werktijd, precies op het afgesproken tijdstip, naar de longafdeling, waar een van mijn patienten op mij ligt te wachten. Ik herhaal de vraag die mij al dagenlang een groot deel van mijn nachtrust heeft gekost: "Ga ik dit echt doen?".

In de krant zie ik steeds vaker dat mensen schrijven over euthanasie alsof het voor een dokter de gewoonste zaak van de wereld is. Alsof het 'er gewoon even bijhoort'. Dat je kan vragen om euthanasie en dat de arts dat dan wel 'even' regelt. Dat de procedure in feite een formaliteit is.

Het gemak waarmee soms gedacht wordt over deze voor alle betrokken partijen ingrijpende procedure, verbaast mij steeds weer. Laat ik duidelijk zijn, ik ben zeker principieel voorstander van euthanasie, mits op goed afgewogen gronden.

Slechts zelden lees ik over de arts die een euthanasie uitvoert. Over mijzelf. Over de heftigheid van de procedure. Over de impact die het op jezelf heeft.

Alles dat op mijn werk gebeurt, vervaagt in de korte rit terug naar huis. Longkanker, een slecht nieuws gesprek, palliatieve sedatie en ook de dood.

Euthanasie is een grote uitzondering. De beelden van elke casus waar ik bij betrokken was, blijven hangen. De gedachten aan mijn precieze handelen rond dit bijzonder medisch ingrijpen verdwijnen ook na jaren niet uit mijn hoofd. Ik kan alle euthanasie casus waar ik tot nog toe bij betrokken ben als een stenograaf oproepen. Het zijn veelal mooie beelden van een waardige dood. Een prachtig afscheid. Maar ook zijn er rauwe beelden van het plannen van een tijdstip en vooral, ja vooral de loodzware wandeling op het moment van de afspraak.

De oudere meneer in kwestie ken ik al ruim een jaar. Ik begeleid hem op mijn polikliniek met een allerverschikkelijkst longfalen. De gedeeltelijk mislukte poging tot longrevalidatie was vrij geruisloos overgegaan in morfinetabletjes. Zijn gewicht was een puinhoop. De laatste tijd gaat het erg achteruit en met name de nachten zijn erg benauwd. 'Hij is een schim van de man die hij ooit was', had zijn dochter metaforisch uitgelegd en ik kon haar onmogelijk ongelijk geven. De benauwdheid had hem angstig gemaakt. Er waren gesprekken gevoerd door een psycholoog, een geestelijk verzorger. Uiteindelijk had hij ook tegen de angst pillen gekregen.

Tijdens zijn huidige opname is het hoge woord er dan eindelijk uitgekomen: "Wilt u mij een spuitje geven? Maak mij dood, want zo kan ik niet langer leven."

Ik had de huisarts gebeld. Deze bevestigde het verzoek dat ook daar al gedaan was en faxte een verklaring. Een SCEN-arts kwam. Die gaf akkoord.

Een dag later, een dag voor de euthanasie ontstaat twijfel bij mij: "Is dit wel de weg naar het beste levenseinde, een waardige dood? Hoe sta ik er zelf nu eigenlijk in?"

Daarom moest ik hem nog eens zien. De man. Grauw. Benauwd. Vastberaden. Veel moediger dan ik. Hij had me indringend aangekeken toen ik er nog eens over begon. Zijn antwoord vond ik in de uitdrukking van zijn ogen. Daar las ik het bewijs waar ik op zoek naar was.

Als ik een dag later weer de longafdeling oploop, is deze compleet uitgestorven. Het lijkt wel alsof iedere patiënt en iedere verpleegkundige op deze doorgaans luidruchtige afdeling met dit moment en deze patiënt bezig is. Ze hebben zich vast ademloos achter de kamerdeuren en in de toiletten verscholen, fantaseer ik. Vanuit hun schuilplaats volgen zij mijn gangen.

In de overdrachtsruimte tref ik de keukenzuster. Er zijn weinig woorden, maar er is zo veel steun. "Kom straks een kop koffie drinken."

Dan gaan we naar het kamertje achter in de gang. De verpleegkundige, vrijwillig opgegeven voor deze dienst, gaat me voor.

En daar ligt hij. Daar ligt de man die zo sterven gaat, omdat ik hem een medicijn toedien.

"Eindelijk", zegt hij. Ik heb me op dit moment voorbereid, maar 'Wat moet je in godsnaam zeggen'. De oudere meneer maakt korte metten met mijn onzekerheid. "Ga zitten!" en vol trots pakt hij een prachtige fles. "Saint Emilion, Grand Cru 2007". "Ik ga in stijl". We wisselen wat zinnen, ineens is er ontspanning. Er is humor. Zijn dochter staat met tranen in de hoek.

Bijna vaderlijk neemt hij dan de regie uit mijn handen. "Doe het maar", moedigt hij mij aan. Ik prevel onsamenhangende dingen over 'sterkte en succes'. Het is volslagen belachelijk, maar zijn ogen glimmen.

Dan pakt zijn dochter hem vast. Ik zie een kus, ik zie twee op elkaar lijkende handen die zich samenvouwen. Hij spreekt zachte woorden die zijn dochter en ik alleen kunnen opvangen. En ze zijn zo mooi en zo intiem dat ik meteen bedenk ze nooit meer hardop te herhalen.

Dan geef ik het eerste middel en deins terug. 'Slaapt hij? Hij slaapt.' Mijn hart lijkt over te slaan, sneller. langzamer. Ik voel zweethanden. Fragmenten van gedachten schieten door mijn hoofd. Flitsen. Ik zie een klok. De tijd. Ik hoor de stilte. Bomen buiten. Wind.

Dan verschijnt de hand van de verpleegkundige, een spuit, vloeistof. Ik zie dat ze trilt. En ineens zie ik dat ook ik tril. Het tweede middel, ik spuit het in. Daar gaat het; heel snel. Ik heb het gedaan. Het is gebeurd.

Ik ben bang. Bang dat hij niet dood zal gaan. Of eigenlijk ben ik vooral bang dat hij wel dood zal gaan. Het zijn bizarre, verwarrende gedachten. Een paradox, ik loop erin vast.

Zijn ogen staan wijd open en kijken me aan. Ik kijk terug. En terwijl we elkaar aankijken, zie ik dat zijn ademhaling rustiger wordt rustiger en stokt. En ineens, echt in fracties van seconden, veranderen die zo rustgevende ogen van vorm en kleur. Van helderblauw worden ze troebel. Zijn gelaatskleur verandert ook; hij is dood.

De keukenzuster schenkt koffie in de keuken van de nog steeds totaal verlaten, in avondschemer gehulde afdeling. Ee heerst een gespannen stilte op zo'n prachtige woensdagavond in de lente. In de verte klinken de geluiden van een druk terras, gelach. Kinderen die voetballen op het plein. Het mooie leven. En dan is er ineens die arm op mijn schouder. "Het is goed".

Met de keukenzuster overdenk ik de bizarre gebeurtenissen van de afgelopen 15 minuten. Rationeel voelt het zo goed, maar gevoelsmatig sta ik in lichterlaaie. Al snel komt de assisterende verpleegkundige binnen. En mijn collega die in huis gebleven is. Er volgt bijzondere samenzwering in de keuken. "The hell met het protocol", hoor ik me zeggen. Ik trek de kurk los. Met z'n vieren drinken we op zijn zeer uitdrukkelijk verzoek de fles wijn die nog over is. Op zijn leven. Op zijn dood.

Euthanasie. Een onderdeel van het vak als specialist, als huisarts of als verpleegkundige. Maar als ik naar huis rijd, bedenk ik dat ik de nacht hiervoor nooit goed zal slapen. Nooit zal ik vinden dat het 'er gewoon bij hoort'. Nooit zal dit een 'formaliteit' zijn.

Want dat is het niet.


Eerder gepubliceerd in het boek 'Slotcouplet' (Arbeiderspers 2018).

Op dinsdagavond 31 mei zullen Joyce de Bruin (arts Expertisecentrum Euthanasie) en Christel Herben (psychiater Expertisecentrum Euthanasie) tijdens een geaccrediteerd avondwebinar uitgebreid ingaan op de rol van de arts bij euthanasie, maar ook over de complexe indicatiestelling van euthanasie bij dementie en psychiatrische ziekten. Ook Ton in 't Veen, partner van zijn Hester die lijdt aan vergevorderde dementie zal vertellen over zijn ervaringen. Een avond die zeer de moeite waard is. Ook toegankelijk voor niet-zorgverleners. Meer info vindt u hier.

Foto: Istock.

nieuws, webinars en meer
Uw gegevens worden niet aan derden verstrekt.