Angst om te stikken is een indringende, soms allesoverheersende ervaring voor mensen met een longaandoening. Toch blijft dit thema in de dagelijkse zorg opvallend vaak onder de radar. Nieuw onderzoek van longarts Kris Mooren van het Spaarne Gasthuis en collega’s uit dertig Nederlandse ziekenhuizen laat zien hoe groot deze blinde vlek is.
Uit het onderzoek blijkt dat 57 procent van de opgenomen longpatiënten ooit angst om te stikken heeft ervaren. Bij mensen met COPD of astma loopt dit zelfs op tot 63–64 procent. Toch heeft slechts 38 procent deze angst ooit besproken met een zorgverlener.

Foto: Spaarne Gasthuis
Veelvoorkomend, maar zelden benoemd
De cijfers maken duidelijk dat stikangst geen randverschijnsel is, maar een structureel probleem bij longaandoeningen. Het gaat om meer dan kortdurende benauwdheid: patiënten beschrijven gevoelens van paniek, controleverlies en existentiële angst. Juist omdat deze ervaringen zo intens zijn, verwachten zorgverleners soms dat patiënten ze vanzelf zullen benoemen. Het onderzoek laat zien dat dit zelden gebeurt.
Redenen daarvoor lopen uiteen. Sommige patiënten denken dat angst “erbij hoort”, anderen willen de zorgverlener niet belasten of vinden het lastig om woorden te geven aan hun ervaring. Het gevolg: een groot deel van het lijden blijft onzichtbaar.

Wat betekent dit voor de spreekkamer?
Volgens de onderzoekers is de conclusie helder: wachten tot patiënten zelf beginnen is niet genoeg. Stikangst vraagt om actieve aandacht in de spreekkamer en op de afdeling. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn.
Een eenvoudige, normaliserende vraag kan al veel openen, zoals:
“Veel longpatiënten ervaren angst om te stikken. Hoe is dat bij u?”
Door het onderwerp expliciet te benoemen, ontstaat ruimte voor erkenning en gesprek. Niet elke angst vraagt om extra medicatie of een nieuwe interventie; vaak is luisteren, erkennen en uitleg geven al van grote waarde. Het gevoel gezien en serieus genomen te worden kan de angst merkbaar verminderen.
Meer aandacht voor de mens achter de longen
Het onderzoek onderstreept het belang van patiëntgerichte zorg binnen de longgeneeskunde en de palliatieve zorg. Benauwdheid is niet alleen een lichamelijk symptoom, maar ook een psychische en existentiële ervaring. Wie dat erkent, ziet meer dan saturaties en longfuncties alleen.
Het volledige artikel is hier te lezen.