Op woensdag 20 mei organiseerde Carend het congres Game Over, een middag over kinderen, ziekte, dood, rouw en herinneringen. Een onderwerp dat vaak voorzichtig wordt benaderd, soms zelfs vermeden, maar dat juist daarom zo belangrijk is. Want kinderen krijgen vroeg of laat te maken met verlies. Een opa die overlijdt. Een ouder die ongeneeslijk ziek wordt. Een klasgenoot die ernstig ziek is. Of vragen die ineens opkomen, vaak op momenten waarop volwassenen ze niet verwachten.
Het congres sloot aan bij de presentatie van het kinderboek Game Over - Alles over doodgaan, geschreven door longarts Sander de Hosson en journalist Els Quaegebeur, met illustraties van Marianne van der Walle. Een boek dat in heldere taal uitlegt wat doodgaan inhoudt en wat dood zijn betekent. Zonder omwegen, zonder kinderen onnodig te beschermen tegen woorden die juist duidelijkheid kunnen geven.
Zoals Riet Fiddelaers-Jaspers na afloop schreef: het is een heuglijk feit dat er nu een goed leesbaar boek is, dat er bovendien mooi uitziet, waarin kinderen eerlijk wordt uitgelegd wat doodgaan is. Want kinderen zijn vaak nieuwsgierig. Ze willen weten hoe het zit. Ze stellen vragen die volwassenen soms overvallen, maar die voor kinderen heel logisch zijn.
Een terugkerend thema tijdens het congres was dat kinderen vaak meer aanvoelen dan volwassenen denken. Ze merken spanning, verdriet en stilte op. Ze voelen dat er iets verandert in huis, in de klas of in een gezin. Juist wanneer volwassenen proberen hen te beschermen door dingen niet te benoemen, kunnen kinderen zelf gaan invullen wat er aan de hand is. En hun fantasie is soms angstiger dan de werkelijkheid.
Daarom ging het veel over taal. Over woorden als dood, sterven, ziek zijn en niet meer beter worden. Woorden die voor volwassenen hard kunnen voelen, maar voor kinderen juist houvast kunnen geven. Niet kaal of kil, maar duidelijk en nabij.
Het boek Game Over geeft kinderen woorden voor vragen die zij vaak al hebben. Wat gebeurt er als iemand doodgaat? Wat verandert er aan een lichaam? Welke kleur krijgt het? Wat betekent reutelen? Wat gebeurt er daarna? Waar oudere boeken en brochures over kinderen en de dood vaak vooral ingingen op rouw en afscheid, beschrijft Game Over ook concreet wat er gebeurt in en met het lichaam. Juist dat blijkt voor veel kinderen belangrijk.
De vormgeving is bewust speels en toegankelijk. Niet om het onderwerp luchtig te maken, maar om kinderen uit te nodigen om te kijken, te bladeren, te lezen en vragen te stellen.
Tanja van Roosmalen vertelde op indringende wijze over gezinnen waarin een ouder of kind ernstig ziek is. Zij liet zien hoe belangrijk het is om kinderen te betrekken, zonder hen te overspoelen. Hoe maak je contact met kinderen wanneer ziekte het gezin binnenkomt? Hoe geef je ruimte aan verdriet, angst, liefde en verwarring?
Tijdens haar bijdrage kwamen ook de beelden en tekeningen van kinderen naar voren. Wat denken zij dat er na de dood is? Hoe verbeelden zij gemis? We hoorden over “muurtjes van liefde” en “eilandjes van verdriet”: taal en beelden die laten zien hoe kinderen grote gevoelens soms op een heel eigen manier kunnen ordenen.
Daarin zat misschien wel een van de belangrijkste lessen van de dag: kinderen hoeven niet altijd op volwassen wijze te praten om duidelijk te maken wat er in hen leeft. Soms tekenen ze. Soms spelen ze. Soms stellen ze één vraag en gaan daarna weer verder met iets heel gewoons. Dat betekent niet dat het hen niet raakt. Het betekent dat zij rouwen op hun eigen tempo.
Na de pauze sprak Riet Fiddelaers-Jaspers over kinderen, jongeren en rouw. Zij liet zien wat er vanbinnen kan gebeuren wanneer een verlieservaring te groot is om in één keer te bevatten. Kinderen en jongeren kunnen beschermers inzetten, waardoor verdriet en andere emoties niet voortdurend worden aangeraakt. Dat is geen onwil en ook geen gebrek aan gevoel, maar een manier om overeind te blijven.
Bij jongeren kan rouw zich bovendien verschuilen achter maskers. Achter terugtrekken, boosheid, stoerheid, onverschilligheid of juist druk gedrag. Wie alleen zoekt naar tranen, mist soms het verdriet dat daaronder ligt.
Tegelijk klonk er ook hoop. Rouw kan zwaar zijn, maar kinderen kunnen zich ook goed blijven ontwikkelen wanneer er volwassenen zijn die betrouwbaar, eerlijk en beschikbaar blijven. Niet door alles op te lossen, maar door nabij te zijn. Door vragen niet weg te duwen. Door te verdragen dat verdriet soms verschijnt en dan weer even verdwijnt.
Een bijzonder onderdeel van de middag was de bijdrage van Michel de Hond, oprichter van Stichting Komma. Hij liet een sneak preview zien van een film over het belang van herinneringen in de vorm van videobeelden en woorden van een ouder die gaat overlijden.
Michel vertelde vanuit zijn eigen geschiedenis. Hij was zelf nog maar één jaar oud toen zijn moeder overleed; zijn broer Marc was drie. Hun moeder had destijds een cassettebandje voor hen ingesproken. Later overleed Marc zelf, toen zijn kinderen ook één en drie jaar oud waren. Hij liet videobeelden voor hen na. Die ervaringen werden voor Michel de drijfveer om Stichting Komma op te richten.
Stichting Komma maakt kosteloos videoportretten voor ongeneeslijk zieke ouders met jonge kinderen. Inmiddels zijn er al ongeveer 1600 opnamen gemaakt. Dat aantal laat zien hoe groot de behoefte is. Niet omdat herinneringen het gemis kunnen wegnemen, maar omdat woorden, stem, gezichtsuitdrukking en verhalen later van onschatbare waarde kunnen zijn.

Tijdens het congres spraken Sander de Hosson en Els Quaegebeur over het ontstaan van Game Over. Het boek is niet geschreven om kinderen verdrietig te maken, maar omdat kinderen vaak al vragen hebben. Over kanker. Over behandelingen. Over doodgaan. Over wat er met een lichaam gebeurt na de dood. Over begraven en cremeren. Over rouw.
Het boek wil een veilige ingang bieden voor gesprekken thuis, op school, in de spreekkamer en in de zorg. Niet elk kind zal alles in één keer lezen. Dat hoeft ook niet. Sommige kinderen bladeren. Anderen lezen één hoofdstuk. Weer anderen stellen vooral vragen bij de illustraties.
Juist dat maakt het boek bruikbaar: het volgt niet het tempo van de volwassene, maar dat van het kind.
Wat de middag vooral duidelijk maakte, is dat praten over de dood niet betekent dat je kinderen hun onbezorgdheid afneemt. Het tegenovergestelde is misschien waar. Door eerlijk te zijn, geef je veiligheid. Door woorden te geven, maak je ruimte. Door vragen niet weg te duwen, laat je een kind merken dat ook moeilijke onderwerpen gedragen kunnen worden.
De dood hoort bij het leven, maar dat betekent niet dat hij gemakkelijk is. Zeker niet voor kinderen. Juist daarom hebben zij volwassenen nodig die niet wegkijken. Volwassenen die durven benoemen wat er is. Die niet alles mooier maken dan het is, maar ook niet vergeten nabij te blijven.
Het congres Game Over was daarmee geen sombere middag. Het was een middag over verlies, maar ook over liefde, taal, herinnering en nabijheid. Over kinderen serieus nemen in hun vragen. En over de overtuiging dat moeilijke gesprekken niet schadelijk zijn, zolang ze met helderheid, zachtheid en aandacht worden gevoerd.
Want kinderen hoeven niet overal tegen beschermd te worden.
Soms moeten ze vooral niet alleen gelaten worden met wat ze allang voelen.
