Onderwijs over palliatieve zorg schiet volgens landelijke enquête tekort
Iedereen krijgt er vroeg of laat mee te maken: een ouder die kwetsbaar wordt, een partner met een ongeneeslijke ziekte, of uiteindelijk wijzelf. Toch krijgt palliatieve zorg in de opleiding van artsen en verpleegkundigen nog niet overal dezelfde structurele plek die past bij het groeiende belang ervan. Dat is zorgelijk, juist nu de Nederlandse samenleving vergrijst en de behoefte aan goede zorg in de laatste levensfase groeit. Dit is geen kwestie van onwil, maar van een vakgebied dat zich de afgelopen jaren snel heeft ontwikkeld en nog volop inbedding vraagt in curricula.
Palliatieve zorg: onvermijdelijk, maar onvoldoende voorbereid
In Nederland overlijden jaarlijks ruim 170.000 mensen. Naar schatting heeft twee derde van hen palliatieve zorg nodig. Dat betekent dat vrijwel iedere zorgverlener hier in de praktijk mee te maken krijgt.
Uit een landelijke enquête onder 450 zorgprofessionals blijkt dat de mate en diepgang van onderwijs over palliatieve zorg sterk variëren. Zo geeft 17,6% aan tijdens de opleiding helemaal geen onderwijs over palliatieve zorg te hebben gehad en 41% minder dan vijf uur. De kwaliteit van het onderwijs wordt bovendien wisselend beoordeeld: ruim 57% geeft een onvoldoende en nog eens 26,2% beoordeelt de kwaliteit als matig.

Veel ervaring, maar veel onzekerheid
Palliatieve zorg blijkt in de praktijk complexer en veelzijdiger dan in onderwijscontext vaak volledig kan worden geoefend. In de enquête geeft 83% van de zorgprofessionals aan meerdere keren palliatieve zorg te hebben verleend tijdens zijn of haar werk en opleiding. Hoewel 64% deze ervaringen als zeer waardevol beschouwt, voelt een groot deel zich onvoldoende toegerust.
Zo geeft 79% aan zich onzeker te hebben gevoeld bij het verlenen van palliatieve zorg. Vooral gesprekken over het levenseinde en ethische dilemma’s worden als moeilijk ervaren, bijna de helft van de respondenten voelt zich hier het minst goed op voorbereid. Een van de respondenten vertelt “Je staat aan het bed van iemand die stervende is en je weet: dit is geen oefening. Je krijgt maar één kans, en ondertussen twijfel je of je wel genoeg weet om het goed te doen. Je wilt geen onzekerheid laten zien naar de familie, maar vanbinnen voel je die wel en ben je bang dat je tekortschiet op het moment dat het er het meest toe doet.”
Waarom dit iedereen raakt
Deze cijfers gaan niet alleen over onderwijs. Ze raken direct aan een vraag die ons allemaal aangaat: wie staat er naast ons wanneer het leven kwetsbaar wordt?
Goede palliatieve zorg vraagt om zorgverleners die niet alleen medisch bekwaam zijn, maar ook voorbereid zijn op de menselijke kant van het vak: communicatie, zingeving en gezamenlijke besluitvorming. Juist in de laatste levensfase maken deze aspecten het verschil. De vraag is dan ook niet of dit thuishoort in het onderwijs, maar hoe we onderwijs, praktijk en beschikbare kennis beter met elkaar kunnen verbinden.
“Juist wanneer genezing niet meer mogelijk is, doet de manier waarop we er zijn er het meest toe,” aldus longarts Sander de Hosson van Carend. Hij is mede-auteur van de pocket Palliatieve Zorg van Compendium Geneeskunde.
Voorbereid op de zorg van vandaag en morgen
Vanuit deze ontwikkeling ontstaat ook de behoefte aan toegankelijke en praktisch toepasbare kennis over palliatieve zorg. Materialen die studenten en zorgprofessionals ondersteunen bij zowel de medische als de communicatieve aspecten van zorg in de laatste levensfase, kunnen daarbij helpen.
In samenwerking met experts uit de praktijk, waaronder longarts drs. Sander de Hosson en Carend, is gewerkt aan het bundelen van kennis en ervaring die nu vaak verspreid beschikbaar is. Het doel daarbij is niet om het onderwijs te vervangen, maar om aan te sluiten op wat er al is en dit waar mogelijk te versterken.
Zo kan stap voor stap worden bijgedragen aan betere voorbereiding op palliatieve zorg, een essentieel onderdeel van goede, menswaardige zorg, nu en in de toekomst.