Pleisterplek. Een rubriek -kort maar fijn- over dat ene dierbare plekje in je huis of je tuin of je auto of zomaar ergens onderweg, waar je even heel fijn herinnerd wordt aan degene die er niet meer is. Waar je regelmatig bij stilstaat en je weer even zorgeloos weet en voelt dat diegene nog bij je is. Deze aflevering vertelt Jolet (77) over haar pleisterplek:

'Deze pleisterplek is in mijn wc, de foto’s zijn samen het beeld geworden van mijn rijke leven. Je ziet links het gezin waar ik uitkom, in een klein achtertuintje in 1955. En rechts zie je me lopen met de geliefde waarmee ik mijn leven vormgaf.
Mijn vader kreeg op zijn 63e een hartinfarct – het telefoontje kwam om twee uur in de nacht. Ik zie nog de rommelige muur in de gang van het studentenhuis voor me waar ik verbijsterd naar staarde. Toen hij thuis stond opgebaard zat ik graag naast hem en zei af en toe iets tegen hem. Hij zag er mooi en rustig uit, maar in de loop van de week zakte zijn gezicht in. Zo ging ik beseffen dat hij echt dood was, maar het duurde jaren voordat ik het geaccepteerd had. Ik miste zijn gezelligheid. Mijn vader verzamelde oude klokken; als meisje zat ik er met m’n neus bovenop als hij ze repareerde. Toen hij overleed stonden we ver van elkaar af omdat hij mijn vrijheidsdrang veroordeelde. Ik vind het jammer dat ik nooit als volwassene met hem heb kunnen praten.
Mijn moeders overlijden hoorde ik ‘s morgens om zes uur. Dat telefoontje was heel welkom, want ze was 94, dementerend en al een tijd ongelukkig. Haar vurige wens was vervuld: in de slaap overlijden. Ik heb haar nooit gemist; gevoelsmatig was ze al een paar jaar aan het verdwijnen en ik vond de verantwoordelijkheid voor haar welzijn erg zwaar. Niks hielp; ze zat het leven uit. In mijn middelbareschooltijd was ze wel belangrijk voor me. Ze las veel, stond open voor discussies. Ze genoot van het jonge goedje dat wij mee naar huis brachten. Na de dood van haar man, zocht ze actief een nieuwe weg. Ze vond een vriend. Ze sprak boeken in voor de blindenbibliotheek, leerde reiki en zat ’s nachts aan de telefoon voor mensen in nood. Bij de Quakers vond ze spirituele rust. Ik bewonder de dapperheid waarmee ze op al die nieuwe bezigheden afstapte nadat ze ruim vijfentwintig jaar huismoeder was geweest.
De foto rechts is van 2013. Tussen beide foto’s speelt mijn leven zich af. Met die geliefde vond ik uit hoe we wilden leven – pratend, zoekend, experimenterend, lezend en genietend. We deelden vijfenveertig jaar liefde, vriendschap, ouderschap, ook nadat de relatie op was. De foto is genomen door onze zoon, een week nadat we wisten dat zijn vader ongeneeslijk ziek was. Hij leefde nog zes jaar door dankzij de goede zorgen van zijn huisarts en oncoloog. Beide mannen hadden de gewoonte om hem regelmatig thuis te bellen, zonder afspraak. Ik was er eens getuige van hoe hij na zo’n telefoongesprek diep zuchtte en dankbaar zijn ogen droogde. Over zijn dood praatte hij niet graag, wel vertellen we elkaar hoe blij we zijn dat we altijd in elkaars leven gebleven zijn. Tijdens een vakantie maakt de agressieve uitzaaiing in zijn hoofd ineens een einde aan zijn leven. Dat is zeven jaar geleden. Mijn grote verdriet is verzacht in warme herinneringen. Ik heb me erbij neergelegd. Min of meer, want het boek dat we toen lazen en bespraken heb ik sinds zijn dood nog niet weer opengeslagen. Ik zou er zo graag met hem over praten.'
Inspirerend? De Carendredactie nodigt je uit om jouw pleisterplek te delen. Stuur een bericht naar redactie@carend.nl , dan nemen we contact met je op.