Nieuws Columns Webinars Congressen Opleidingen Podcast Forum
Alle resultaten

De achteruitkijkspiegel

07.04.2026 2:00 's ochtends
De achteruitkijkspiegel
Als het om de dood gaat, kunnen kinderen met één vraag precies blootleggen waar volwassenen het liefst omheen praten. Dat zijn van die momenten waarop het ineens stil kan worden in een kamer, omdat niemand echt weet wat hij moet zeggen.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik op een verjaardagsfeest zat van vrienden, een paar jaar geleden. Tijdens alle typische gezelligheid in een kleine huiskamer vraagt een van de kinderen in de hoek ineens aan een oudere, kwetsbare tante: “Ga jij dood?” 

Het wordt ijzig stil. Er wordt ongemakkelijk gelachen. Maar een antwoord volgt niet.

Elke ouder herkent dat deze vragen zo nu en dan opdoemen. Vaak zomaar ineens. ’s Ochtends aan de keukentafel tussen twee happen Brinta door. Vanaf de achterbank op weg naar opa en oma. Of bij het voorlezen in bed. Kinderen kunnen de heftigste vragen zonder waarschuwing of inleiding stellen. En dan ook nog eens alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Alsof ze vragen of het morgen gaat regenen.

En precies dat maakt het voor volwassenen soms ongemakkelijk. Want wij hebben collectief geleerd dat de dood een ingewikkeld onderwerp is. Iets waar je voorzichtig over moet praten. Fluisteren. Iets dat je beter een beetje kunt verzachten. Of liever nog: uitstellen. Dus zeggen we dingen als: “De dood, oh, dat duurt nog heel lang.” Of: “Daar hoef je nu nog niet over na te denken.” Of, een persoonlijke favoriet: “Daar praten we later nog wel eens over.”

Later is een magisch woord voor volwassenen. 
Later betekent: niet nu. 
Later betekent vooral: hopelijk vergeet je het. 

Kinderen vergeten het niet. Sterker nog: ze denken er juist verder over na. Als je zegt dat oma “een sterretje aan de hemel” is geworden, kijken ze ’s avonds omhoog en proberen ze uit te vinden welke ster dat dan precies is. 

Als je zegt dat opa “slaapt”, durven ze soms zelf niet meer naar bed. Of vragen ze wanneer opa dan wakker wordt.
En als je zegt dat iemand “er niet meer is”, lopen ze een paar dagen door het huis om te kijken waar die persoon dan gebleven is.

Kinderen nemen woorden letterlijk. Dat mooier maken van de werkelijkheid maakt hun wereld vaak verwarrender dan nodig is. 
En het bijzondere is dat ik in mijn werk zie dat kinderen de werkelijkheid vaak ontzettend goed aankunnen. Misschien wel beter dan volwassenen. 
Wat kinderen nodig hebben als het over doodgaan gaat, is niet het perfecte antwoord. Ze hebben vooral iemand nodig die niet wegpraat of wegkijkt. 

Iemand die zegt: ‘Ja, mensen kunnen doodgaan. 
En ja, dat is verdrietig. 

Maar vooral: we blijven er samen over praten.’

Natuurlijk zijn kinderen bang voor de dood zelf. Maar ze zijn vooral bang voor wat er gebeurt als niemand het benoemt. Voor de stilte in een huis waar iedereen weet dat er iets aan de hand is, maar niemand het hardop zegt. Het gefluister in de keuken. 

Misschien is dat wel de vreemdste gewoonte van volwassenen. Dat we denken dat liefde betekent dat we moeilijke dingen voor elkaar moeten verbergen. Kinderen doen iets anders. Die stellen gewoon de vraag. 

En kijken je daarna aan. Alsof het antwoord er allang is. 




Misschien zijn dat precies de vragen waar het kinderboek Game Over – Alles over doodgaan uit is ontstaan.
Deze column verscheen op 4 april ook op LINDA online.

Reageer

Alleen geautoriseerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten
Heb je al een account? Inloggen
subscribe nos
Ja, houd mij ook op de hoogte
nieuws, webinars en meer

Inschrijving ontvangen!

Vanaf nu ontvangt u onze nieuwsbrief.