'Het hoort bij het vak,' zei mijn opleider in één van de eerste maanden van mijn artsenwerk.
Het was goed bedoeld.
Een vrouw van nog geen vijftig was doodgegaan. Vrij plotseling ook nog. Hij probeerde een soort arm om mijn schouder te slaan, maar dan in taal.
En hij had gelijk.
Een patiënt zien sterven hoort bij het vak. Slecht nieuws brengen ook. Een dochter zien knikken terwijl ze haar vader ziet sterven. Een echtgenoot uitleggen dat de reutelende ademhaling die hij hoort niet betekent dat zijn vrouw stikt.
Het hoort allemaal bij het vak.
Maar dat betekent niet dat het niets doet.
Een verpleegkundige leert hoe je morfine optrekt. Hoe je een pomp instelt. Hoe je een lichaam wast dat net nog leefde en warm was.
Maar een verpleegkundige leert niet hoe je ongevoelig wordt.
Een arts leert zinnen zeggen die niemand wil horen. Leert wanneer hij moet zwijgen. Leert wanneer uitleg niets meer toevoegt.
Maar een arts leert niet hoe je ongevoelig wordt.
Gelukkig niet.
Misschien is dát wel het misverstand. Dat professionaliteit betekent dat je er minder door geraakt wordt. Dat ervaring een schild vormt. Dat je, als je het vaak genoeg hebt gezien, vanzelf minder mens wordt.
Het klopt niet.
Sommigen noemen het professionele afstand. Ik hoop dat we eigenlijk professionele nabijheid bedoelen.
Niet alles meenemen naar huis. Niet elk verdriet van een ander op je eigen schouders leggen. Niet verdwijnen in het lijden van de patiënt.
Maar wel blijven voelen dat er een mens tegenover je zit. Of ligt.
Iemand met een leven dat niet begon op het moment dat hij patiënt werd.
Ik hoop dat het mij altijd blijft raken wanneer iemand doodgaat.
Wanneer een familie rond een bed staat en niemand nog weet waar hij zijn handen moet laten. Wanneer een dochter vraagt of vader haar stem nog hoort. Wanneer een zoon zegt dat hij nog even benzine voor de grasmaaier moet halen, maar ondertussen bedoelt dat hij niet weet hoe hij afscheid moet nemen.
Niet omdat mijn gevoel daar zo belangrijk is.
Dat is het niet.
Maar omdat er iemand sterft.
Iemand met een telefoon vol foto’s.
Iemand met eten in de koelkast dat niemand straks nog wil opeten.
Iemand met een vrouw die straks alleen in bed ligt.
Iemand met een hond die blijft luisteren naar de voordeur.
Iemand met een kind dat morgen gewoon naar school moet.
Ja, dat hoort allemaal bij het vak.
Maar soms loop je daarna toch even langzaam naar de koffiekamer.
Niet omdat je tijd hebt. Die heb je niet.
Maar omdat je soms onmogelijk meteen weer de volgende patiëntenkamer in kunt lopen.
Dat hoort bij het vak. Ja.
En de volgende dag ben je er weer.
Niet omdat het went.
Maar omdat je went aan alles dat niet went.
Tijdens het congres Zorg in de Stervensfase staan we stil bij die kwetsbare, intense en betekenisvolle periode. Met wetenschap, praktijk, reflectie en theater verkennen we wat goede zorg vraagt wanneer genezen niet meer mogelijk is. Meer informatie? Klik hier
