Durf jij naast iemand te zitten, in de stilte van hun verdriet? Zonder iets te willen oplossen?
Door alle drukte bonk ik iets te hard met mijn vuist op de deur. ‘Kom maar binnen,’ hoor ik haar vanuit de huiskamer roepen.
Ik zucht even diep voordat ik de kamer instap zodat ik in ‘ruststand’ ben. Meteen voel ik de zwaarte in de ruimte. De gordijnen zijn gesloten en het is er donker.
Ze ligt op de bank. Een vrouw van eind zestig, omringd door vazen vol verse bloemen en overal kaartjes. Haar lichaam is broos, maar haar blik is helder en scherp.
Ze lacht flauwtjes als ik binnenkom. Dat ben ik niet van haar gewend. Ik kom hier wekelijks voor een infuus, maar vandaag voel ik dat het bijzaak is, vandaag is anders.
Ze probeert overeind te komen, terwijl ik juist op dezelfde bank neer zak. Ze zakt terug en kijkt mij verbaasd aan: ‘Heb je tijd om even te kletsen?’ vraagt ze zacht. Ik knik. ‘Daar maak ik tijd voor.’
Ze begint te vertellen. Niet over haar ziekte, want die kent ze inmiddels door en door. Ze vertelt over alles eromheen. Over mensen die haar lijken te ontwijken. Vrienden die ooit dagelijks langskwamen, maar nu alleen nog appjes sturen. Over bloemen en kaartjes die goedbedoeld zijn, maar vaak zonder echt contact. ‘Ik zie bijna niemand meer,’ zegt ze zacht.
Ze vertelt hoe anderen voor haar invullen wat ze wel of niet aankan. Dat ze vast te moe is. Of dat ze liever met rust gelaten wordt. ‘Soms voel ik me net een ziekte,’ fluistert ze. ‘Alsof ik besmettelijk ben.’
Ze kijkt me aan. ‘Ik mis gewoon iemand die even naast me zit. Geen antwoorden, geen oplossingen. Gewoon… iemand die er is.’ Ik knik en we delen een stilte die meer zegt dan woorden.
Ik kan haar situatie niet veranderen. Maar ik kan wél luisteren. En precies dat is wat ik doe. Na een tijdje staat ze langzaam op. ‘Ik heb genoeg van je tijd gebruikt. Zullen we het infuus maar doen?’ vraagt ze.
Voordat we beginnen, loopt ze naar me toe en vraagt voorzichtig: ‘Mag ik een knuffel?’ En die krijgt ze. Zo’n stevige, waarin je beiden wacht tot de ander loslaat.
In de auto denk ik na over ons gesprek. Ook ik stuur bloemen, kaartjes en berichten om te laten weten dat ik aan iemand denk. Maar ik betrap mezelf erop dat ik vaak twijfel om echt langs te gaan. Ik vul in voor de ander. Denk dat het misschien te veel is. Maar vandaag heb ik gezien hoe pijnlijk dat kan zijn, die stilte waarin aanwezigheid zoveel meer waarde had gehad.
En dus rijd ik na mijn ronde, die vandaag flink uitliep, nog even door. Naar een collega die al een tijd ziek thuis is. Iemand aan wie ik bijna dagelijks appjes stuur en zo nu en dan een bloemetje. Maar vandaag bel ik aan. Voor een arm om haar heen. Voor een echt gesprek. En voor echte, oprechte aandacht.
Eva Koenraadt is verpleegkundige in de wijkzorg. Ze schrijft over palliatieve zorg, wil laten zien hoe deze zorg er achter de deur uitziet en snijdt onderwerpen aan die belangrijk zijn om over na te denken. Eva publiceert haar verhalen op haar facebooksite.