‘Mag ik mee? Of is dat niet gepast?’
De coassistent is pas een paar weken in het ziekenhuis. Ik hoor de spanning in zijn stem.
‘Je moet mee,’ zeg ik.
Hij is begin twintig, net uit de collegebanken. Zijn hoofd zit vol kennis over ziekten, onderzoeken en behandelingen.
Maar over sterven heeft hij nauwelijks iets geleerd. Niks eigenlijk.
Misschien een college over euthanasie, een uur over palliatieve sedatie. Niet hoe je naast een sterfbed zit. Niet wat je zegt tegen een familie die afscheid moet nemen. En al helemaal niet wat zo’n moment met jezelf kan doen.
In de afgelopen twintig jaar is er niets veranderd op de opleidingen.
We lopen naar een familiekamer.
Daar ligt een vrouw die ik al zeven jaar ken vanwege haar COPD. Een maand geleden bleek dat zij ook longkanker had, al uitgezaaid naar haar lever en buik. Haar conditie was te slecht voor behandeling. De laatste weken thuis waren zwaar geweest.
‘Ze heeft geleden,’ zegt haar man. ‘Vooral aan angst.’
Die ochtend had de huisarts mij gebeld. Ze was stervende, maar thuis voelde ze zich niet meer veilig. Ze wilde terug naar het ziekenhuis.
‘Stuur haar maar in,’ had ik gezegd.
Nu zitten haar man, zoon en dochter naast haar. De coassistent neemt onwennig plaats in een hoek van de kamer.
Wanneer ik naar haar kijk, zie ik dat zij stervende is. Het zit in haar blik. Een moeilijk te beschrijven oogopslag die in geen enkel leerboek staat, maar die je na verloop van tijd leert herkennen.
Ze vertelt over haar pijn, haar angst en de uitputting van de afgelopen weken. Terwijl ik naar haar luister, probeer ik te begrijpen of haar lijden nog op een andere manier te verlichten is. Kunnen we iets aan de medicatie veranderen? Is er nog een redelijke mogelijkheid? Of is haar lijden refractair geworden?
Ik vraag of ik de kamer even mag verlaten.
In de artsenkamer overleg ik met de verpleegkundige. Daarna bel ik de huisarts. De coassistent zit erbij en luistert.
Ik neem hem mee in iedere stap. Niet alleen in wat ik denk dat er moet gebeuren, maar ook in mijn twijfel. Ik wil hem laten zien dat ingewikkelde beslissingen zelden voortkomen uit volledige zekerheid. Dat je moet kijken, luisteren, overleggen en uiteindelijk verantwoordelijkheid moet nemen.
Terug in de kamer ga ik naast de vrouw zitten.
‘Het is genoeg geweest,’ zeg ik. ‘We hebben geprobeerd uw klachten en uw angst te verminderen, maar dat lukt niet meer voldoende. Daarom denk ik dat we moeten beginnen met palliatieve sedatie. We verlagen uw bewustzijn, zodat u dit lijden niet meer zo hoeft te ervaren.’
Ze zucht.
‘Het is zover,’ zegt ze. ‘Ik wil graag gaan.’
Haar familie buigt zich over haar heen. Ze huilen en houden haar vast. Verdriet, boosheid en opluchting lopen door elkaar.
Een uur later beginnen we met de sedatie.
Wanneer ik binnenkom, tilt ze met moeite haar arm op.
‘Doe het maar.’
Ik vertel haar dat ze snel suf kan worden. Haar man, zoon en dochter nemen afscheid. Daarna dien ik de medicatie toe.
Haar ogen vallen dicht.
‘Dag,’ zegt ze nog.
Dan wordt het stil.
De coassistent staat in de hoek. Zijn ogen zijn groot. Ik bespeur tranen in zijn ooghoeken.
‘Zullen we gaan?’
Op de gang kijkt hij me aan.
‘Doet dit u nog iets?’
‘Ja,’ zeg ik. ‘Veel. Het went nooit. Maar je leert er wel mee omgaan.’
‘Ik ga dit echt nooit kunnen. Hoe doet u dit?’
‘Je gaat het leren,’ zeg ik. ‘Door goed te kijken. Door te luisteren. Eerst zullen je intuïtie en compassie je leiden. Later komen daar kennis, ervaring en routine bij.’
Hij knikt, maar ik zie dat hij nog niet overtuigd is.
Ik loop met hem mee naar de coassistentenkamer. Een ruimte met diepe banken, waar jonge dokters kunnen zitten na een dag die zwaarder was dan verwacht.
Bij de deur houd ik hem even tegen. Ik leg kort mijn hand op zijn schouder.
‘Er hoort nog iets bij,’ zeg ik.
‘Wat?’
‘Collega’s. Blijf praten met je collega’s.’
Ik duw de deur voor hem open.
‘Je gaat dit kunnen. Echt. Maar niet alleen.’
Deze column verscheen ook op LINDA op 11 juli 2026