‘Nee, ik neem hem mee naar huis en zorg zelf voor hem. God kan wonderen verrichten.’
Ik kijk naar haar; een grote vrouw, imposant. Wat intimiderend zelfs. Ik voel dat er geen enkele ruimte is voor tegenspraak. Ze geeft mij een hand en vertrekt. Ik blijf achter met een onbestemd gevoel en bel Suzy, de maatschappelijk werkster van het ziekenhuis en hospice in Paramaribo waar ik werk, en vertel haar wat ik zie en ervaar.
Het gaat over een jonge man, 31 jaar met een vrouw en drie zonen in de leeftijd van 11, 9 en 7 jaar. Hij heeft een gemetastaseerd niercarcinoom en ligt sinds drie dagen op de afdeling. Ik maak kennis met hem. We hebben een kort gesprekje; hij spreekt in korte zinnen. Is wat afwezig, warrig soms. Hij vertelt over hun zonen; dat hij zo trots op ze is en ook dat ze hem nog zo nodig hebben. Thuis gaat het niet meer. Hij heeft veel pijn, kan de drukte niet aan en eten lukt niet. Zijn vrouw vindt dat hij eten moet. Dwingt hem te eten. Maar dan geeft hij weer over. Hij vertelt zo ontzettend moe te zijn. Te willen slapen. Hij maakt zo’n moedeloze indruk dat ik - ook al ken ik hem net - durf te vragen: ‘Slapen? En wat als je niet meer wakker wordt?’ ‘Dan is het goed.’ ‘Is dat wat je het liefst zou willen nu?’ ‘Ja.’
Ik vraag naar zijn vrouw: ‘Ze doet haar best maar ik kan niet meer.’ Het gesprek stokt en hij sluit zijn ogen. Als mevrouw even later binnenkomt zie ik plotseling een andere man in bed liggen: vechtend tegen de slaap, vragend om drinken. ‘Misschien straks nog wat eten’ zegt hij. Mevrouw blijft de rest van de dag bij hem. Ze heeft lekkere hapjes gemaakt, een beetje pom en wat roti met kouseband.
Suzy kent dit gezin. Mijn onderbuikgevoel lijkt te kloppen: zijn vrouw is dominant en wil niet aanvaarden dat haar man ongeneeslijk ziek is en de kinderen mogen het ook niet weten. Zij is druk met eten koken en het gezin. In het ziekenhuis is ze de hele dag nadrukkelijk aanwezig. Opname in het hospice zal hem misschien wat meer ruimte geven. Daar kunnen we ook zijn vrouw en kinderen begeleiden naar het naderend sterven. Nu is dat echt onbespreekbaar.
De volgende dag heb ik een vroege dienst in het hospice. Plotseling staat Suzy daar met mevrouw. ‘We komen even een kijkje nemen.’ Ik begroet hen hartelijk en geef een rondleiding. ‘Het ziet er prachtig uit maar hij komt hier niet.’ We gaan aan tafel zitten en raken in gesprek: dat de zorg zwaar is thuis (ja, knikt ze), dat ze de zorg heeft voor hun drie jongens (druktemakers!) dat intensieve zorg en pijnstilling thuis niet makkelijk te organiseren zijn, dat we in het hospice de zorg samen kunnen doen. Ze erkent het allemaal. Ze aarzelt: het is mooi hier. En rustig. Ze vraagt of ze het hospice filmen mag; de huiskamer, de slaapkamer en de tuin. ‘Misschien over vier weken als zijn broer en schoonzus naar huis zijn.’ Ik vertel haar dat vier weken nog lang duren en zeg voorzichtig dat ik mij afvraag of hij er over een week nog is. Ik zie haar schrikken. Een week??
Het is stil. We laten de boodschap maar inwerken. Dan komt er een opening. ‘Het is mooi hier, maar het kán echt niet.’ ‘Want?’ vraag ik zachtjes. ‘Zijn broer en schoonzus zijn er. Ik moet de familie laten zien dat ik hem tot het einde goed verzorg. Dat is mijn taak en van niemand anders. Ik wil een goede vrouw zijn. In onze cultuur doen we dit zo’, zegt ze tegen mij, ‘hij mag niet sterven en als hij beter zijn best doet en eet zal hij opknappen. Als God het wil.’ We zien dat ze haar tranen verbijt, ze pakt haar tas en snelt naar haar man. Dus dit is het; de familie niet willen teleurstellen. Koste wat kost haar man thuis willen verzorgen. Ook al staat het water haar aan de lippen. Laten zien dat je als echtgenote je plicht vervult.
Dan gaat Suzy haar telefoon. Mevrouw heeft er over nagedacht en met haar man gesproken. Hij gaat vanaf morgen twee dagen mee naar huis en wil dan opgenomen worden in het hospice. Achteraf blijkt dat de zaalarts de kans gepakt heeft, toen mevrouw naar het hospice was, om een gesprek onder vier ogen met meneer te hebben. Hierin heeft hij aangegeven naar het hospice te willen. Er werd een compromis gesloten met meneer en zijn echtgenote.
‘Mooi samenspel van zorgverleners’ denk ik als ik dit hoor.
De volgende morgen belt Suzy; meneer is de avond ervoor in het ziekenhuis overleden.
Carend en het Netwerk Palliatieve Zorg Regio IJssel-Vecht en Noordoost-Overijssel presenteren op 10 juni 2026 een uniek theatercollege in Zwolle met longarts Sander de Hosson en het ontroerende Theater Love Letters. Laat je inspireren door verhalen vol inzichten, emoties en herkenning, en ontdek hoe we samen de zorg in de laatste levensfase waardig en menselijk kunnen maken. Meer informatie, tickets? Klik hier