Het anker ratelt over de katrol en komt met een harde plof op het verpleeghuisvinyl tot stilstand. Zij heeft de regie in dit gesprek, zoals ze die vroeg in haar leven al genomen moet hebben. Haar boot is met deze opname dicht bij open water gekomen. Aan de horizon ziet ze zwarte wolken samentrekken.
Het anker is gesmeed uit een behandelverbod en een euthanasieverklaring. Ze komt van ver en heeft een haven uitgekozen, waar nog wat familie woont. Vanuit een lommerrijke regio naar deze winderige Marinestad.
Ze zit in haar stoel. Iets onderuitgezakt. Bril op het puntje van haar neus. Pakje sigaretten op het salontafeltje. Priemende ogen. Ze doet me denken aan Simone de Beauvoir, die schreef: ‘Adam was slechts een ruw ontwerp; de schepping van de mens lukte God pas echt goed toen hij Eva schiep.’ Dat zelfvertrouwen. En of ik het anker wil lichten, zodat zij de haven uit kan varen. Als het zover is.
De verzorgende, die haar gewicht in goud waard is, kaart het aan tijdens de visite. ‘Ze wil niet meer’. Er is een jaar verstreken. Het anker lijkt zich plots in mijn maag te bevinden. ‘In de ochtend treffen we haar vaak in paniek aan. Ze weet dan niet meer waar ze is.’
‘Er zijn momenten, dat ik het verlies in mijn hoofd. Daar wil ik echt niet zijn. Het is zover.’
Ze heeft geen idee meer van de tijd, behalve nu. De woorden ontvallen haar meer en meer. Toch spreekt ze met het idioom van de tijd en zegt: ‘Liever gisteren dan vandaag’. Er volgen nog een aantal gesprekjes: ‘Liever gisteren dan vandaag’. Het staat allemaal op papier. Ze is consistent.
‘En als ik dan nu de spullen bij me had om uw leven te beëindi…’
‘Ja!’
Er is geen zuchtje wind in de kamer. Ze zit half rechtop in haar bed. Twee dierbaren. Twee verzorgenden. Het is wonderlijk dit drankje, dat oogt als water. Ik vraag het haar nog één keer.
‘Ja!’
De enige spanning, die er is, is van mij. Zij straalt zoveel rust uit.
Ze brengt het glas naar haar mond en begint er aan te nippen. Een golfje paniek. ‘U moet proberen het hele glas vlot leeg te drinken…’ Dat doet ze vervolgens met volle overtuiging. Als een dorstig kind.
En dan gebeurt er niets…
En net als ik voor de duizendste keer het etiket op het flesje nog eens bekijk, slaakt ze een diepe zucht en verlaat ze verrassend snel de haven.
‘Zo wil ik het ook, als het ooit zover komt’, fluistert de verzorgende in mijn oor.
Martin Kooij is werkzaam bij Geriant, ambulante begeleiding van mensen met dementie, die nog thuis wonen. Tevens heeft hij een aantal kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie ‘onder zijn hoede’.
Jaarcongres Carend: Zorg in de Stervensfase 28 oktober 2026. Meer informatie? Klik hier
