'De Stoet is een tragikomische theatrale wandeling vol vreugde, verlies en humor door Amsterdam (Nieuw-)West.'(bron: De Stoet - Female Economy | Frascati ) Ellis Middelhuis, webredacteur, ging speciaal voor deze gelegenheid in gesprek met Adelheid Roosen:
Een rouwstoet midden in het leven
Voor Adelheid Roosen, theatermaker en artistiek leider van gezelschap Female Economy, begon De Stoet als een concreet verlangen: opnieuw een rouwstoet door de stad zien trekken. Niet verscholen aan de rand van het dagelijks leven, maar zichtbaar in het hart ervan. Een stoet die de stad even stilzet, vertraagt en ruimte maakt voor afscheid. Precies daarin schuilt voor haar de betekenis: de dood krijgt een plaats midden in het leven.
Juist die verstilling raakt haar diep. ‘De vertraging vind ik ongelooflijk mooi,’ vertelt ze. ‘Ik zie mensen stoppen en eer betonen.’ In zo’n korte onderbreking van het alledaagse ontstaat iets bijzonders: collectieve aandacht, stilte, erkenning en viering.
Een persoonlijk vertrekpunt
Dat verlangen kreeg voor Roosen al eerder betekenis bij het overlijden van haar moeder. De uitvaartondernemer liet haar zien hoeveel ruimte er is om een afscheid zelf vorm te geven: hoe lang je bijvoorbeeld voor of achter een rouwauto mag lopen en welke keuzes daarbij mogelijk zijn. ‘Die grenzen heb ik me goed laten uitleggen en die heb ik maximaal opgerekt,’ zegt ze. Zo ontstond een afscheid dat afweek van de standaard. Tegelijk riep het herinneringen op aan hoe een rouwstoet vroeger door een straat of dorp trok, terwijl omstanders uit eerbied stilhielden of zich aansloten.
Voor Roosen zit daarin iets wezenlijks. Rouw is persoonlijk, en tegelijk raakt ze aan iets wat we met elkaar delen. ‘Er zit in ieder mens rouw,’ zegt ze. Juist daarom kan de rouw van een ander iets aanraken in jezelf. Een oud verdriet. Een gemis. Een liefde die nog altijd doorwerkt.
Rouw als gedeelde ervaring
De Stoet is niet alleen een voorstelling over afscheid, maar ook over gemeenschap: over wat er gebeurt wanneer mensen samen lopen, samen kijken en samen stilstaan. De voorstelling beweegt van Nieuw-West naar West en brengt mensen uit uiteenlopende gemeenschappen bijeen: mensen met een moslimachtergrond, mensen uit de queer community, spelers met wortels uit diverse werelddelen, musici en bewoners. Juist die verscheidenheid raakt Roosen. ‘Iedereen heeft een ander pad afgelegd,’ zegt ze. ‘En iedereen draagt op verschillende plekken rouw met zich mee. Dat zit allemaal bij elkaar. Dat vind ik echt ontroerend.’
Kunst, dood en nabijheid
Roosen schuwt de dood niet in haar werk, integendeel. In meerdere projecten onderzocht ze sterven, rouw en nabijheid. Ze maakte werk over haar moeder met dementie, over overleden vrienden en over mensen die haar toelieten in hun meest kwetsbare proces. Altijd vanuit liefde. ‘Buddy mogen zijn bij Jan die sterft, dat was een liefdesproces,’ zegt ze.
Ook in De Stoet is die nabijheid voelbaar. Hoofdpersoon, acteur en theatermaker Sacha Muller leeft met een ongeneeslijke ziekte en oefent, onder regie van Katrien van Beurden van internationaal spelerscollectief Troupe Courage, in zekere zin zijn eigen begrafenisstoet. Dat klinkt zwaar, maar bij Roosen staan dood en leven nooit los van elkaar. Juist de dood kan de ervaring van het leven verdiepen. ‘De nabijheid van de dood maakt het leven scherper, inniger en dieper voelbaar.’
Voor Roosen is kunst een plek waar taal opnieuw kan gaan spreken. Juist rond ziekte, rouw en sterven gebruiken we vaak zinnen die houvast geven, maar soms hun zeggingskracht verliezen. In kunst krijgen woorden de ruimte om opnieuw gerangschikt te worden, zodat ze weer gaan spreken.
‘Je kan taal opnieuw ordenen,’ zegt ze. ‘Opnieuw rangschikken om haar weer te vullen met zichzelf.’
Als voorbeeld noemt ze de ondertitel van haar film over haar moeder met Alzheimer: Ik zie haar niet verdwijnen. Ik zie haar tevoorschijn komen. Die zin opent een andere manier van kijken. De ziekte wordt niet ontkend, het verlies ook niet. Maar naast het verdwijnen komt iets anders in beeld: wie iemand nog is, hoe iemand verschijnt, hoe liefde aanwezig blijft.
Wat Roosen met haar werk wil, noemt ze liever geen boodschap. Ze wil niet voorschrijven wat mensen moeten voelen of denken, maar iets aanraken. Een beeld, een zin of een beweging kan iets in iemand wakker maken dat al in die mens aanwezig is.
De uitnodiging om te blijven
Roosen benoemt één thema nadrukkelijk: onze verlegenheid rond rouw en sterven. Mensen zoeken vaak naar woorden of naar een houding die past. ‘Door die verlegenheid stop je met uitreiken,’ zegt Roosen. ‘En ongewild laat je de mens met dementie, de mens met rouw, of de mens die met sterven bezig is, alleen.’
Misschien is dat wel de meest invoelende uitnodiging van De Stoet: niet wegblijven. Niet wachten tot je de juiste woorden hebt. Niet denken dat nabijheid perfect moet zijn. Maar, strompelend en onhandig, met tranen of stilte, een stap naar voren zetten.
Rouw vraagt om iemand die blijft staan. Die meeloopt. Die kijkt, luistert en aanwezig blijft. Juist daar, in dat kwetsbare gebied tussen leven en afscheid, kan nabijheid ontstaan. Niet groots of volmaakt, maar menselijk. Van mens tot mens.
De Stoet is nog tot en met 21 juni op woensdag t/m zondag te zien. De voorstellingen zijn uitverkocht, maar je kan je via theater Frascati aanmelden voor de wachtlijst.
Met dank aan Adelheid Roosen
