Nieuws Columns Webinars Congressen Opleidingen Podcast Forum
Alle resultaten

Wetenschap: Kan technologie voorkomen dat iemand alleen sterft?

09.09.2026 2:00 's ochtends
Wetenschap: Kan technologie voorkomen dat iemand alleen sterft?
Samen Carend
Redactie Carend

Een horloge dat merkt dat iemand valt. Een sensor die registreert dat er al uren geen beweging is. Een app die alarm slaat wanneer iemand niet reageert. Technologie kan steeds beter zien wanneer er iets misgaat. Maar kan ze ook voorkomen dat iemand alleen sterft?

Die vraag staat centraal in een recente Viewpoint in JAMA Internal Medicine. De auteurs Xiang Qi en Julianne Holt-Lunstad beschrijven hoe nieuwe technologie steeds vaker wordt ingezet om mensen die alleen wonen te volgen en op kwetsbare momenten hulp in te schakelen. Daarbij gaat het niet alleen over veiligheid, maar uiteindelijk ook over een ongemakkelijke maatschappelijke vraag: wat betekent het wanneer iemand helemaal alleen overlijdt?

Alleen wonen is niet hetzelfde als eenzaam zijn

Steeds meer mensen wonen alleen. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Mensen kunnen alleen wonen en tegelijkertijd een uitgebreid sociaal netwerk hebben. Omgekeerd kan iemand die met anderen samenwoont zich juist diep eenzaam voelen.

Toch ontstaat er een bijzonder risico wanneer iemand alleen woont, ernstig ziek of kwetsbaar is en weinig contact heeft met anderen. Een acute verslechtering kan dan onopgemerkt blijven. Soms wordt iemand pas uren of zelfs dagen na overlijden gevonden.

Technologie probeert precies dat probleem te verkleinen.

Denk aan bewegingssensoren in huis, slimme horloges, valdetectie, apps die om een dagelijkse bevestiging vragen en systemen die afwijkingen in een normaal dagritme herkennen. Wanneer iemand bijvoorbeeld normaal iedere ochtend door het huis beweegt en dat plotseling niet meer gebeurt, kan een systeem een naaste of hulpverlener waarschuwen.

Van viral app naar serieus zorgvraagstuk

De auteurs van het artikel spreken over de stap van een 'viral application' naar een klinische noodzaak. Technologie die aanvankelijk vooral werd gezien als handig hulpmiddel, raakt volgens hen steeds meer aan fundamentele vragen over gezondheid, ouder worden en sterven.

Dat is niet vreemd. Zorg vindt steeds vaker thuis plaats. Mensen worden ouder, wonen langer zelfstandig en familie woont lang niet altijd om de hoek.

Tegelijkertijd groeit de mogelijkheid om via technologie op afstand te zien hoe iemand functioneert.

Daarmee ontstaat echter ook een nieuwe spanning. Want het feit dat we iemand technisch kunnen volgen, betekent nog niet automatisch dat we goede zorg leveren.

Een sensor is geen aanwezigheid

Een apparaat kan registreren dat iemand gevallen is. Het kan misschien zelfs voorspellen dat iemand achteruitgaat. Maar het kan niet naast iemand gaan zitten wanneer die bang is. Dat onderscheid is juist in de palliatieve zorg belangrijk. Technologie kan ondersteuning bieden, maar menselijke aanwezigheid niet vervangen. Een waarschuwing heeft uiteindelijk alleen betekenis wanneer er ook iemand is die daarop kan reageren. Daarmee wordt de vraag groter dan alleen: welke technologie hebben we beschikbaar? De belangrijkere vraag is misschien: wie kijkt er eigenlijk naar iemand om?

Willen mensen eigenlijk voorkomen dat ze alleen sterven?

Ook dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Niet iedereen ervaart alleen sterven als iets negatiefs. In hospices en ziekenhuizen kennen zorgverleners het verschijnsel dat mensen soms juist overlijden wanneer hun naasten even de kamer uit zijn. Of dat toevallig gebeurt of dat iemand als het ware een moment kiest waarop hij alleen is, weten we niet. Daarom moeten technologie en monitoring niet automatisch worden ingezet vanuit de gedachte dat alleen sterven altijd moet worden voorkomen. Zoals bij zoveel onderwerpen in de palliatieve zorg begint het met een gesprek. Wat vindt iemand belangrijk? Wil iemand dat anderen voortdurend kunnen zien of alles goed gaat? Wie mag gewaarschuwd worden? En hoe ver mag monitoring eigenlijk gaan?

Privacy in de laatste levensfase

Daarmee ontstaat nog een andere vraag. Slimme technologie verzamelt vaak grote hoeveelheden informatie. Wanneer iemand beweegt, slaapt, naar het toilet gaat of zijn huis verlaat: het kan allemaal worden geregistreerd. Voor sommige mensen geeft dat een gevoel van veiligheid. Voor anderen voelt het als verlies van privacy en zelfstandigheid. Juist bij kwetsbare ouderen en ernstig zieke mensen moeten die belangen zorgvuldig tegen elkaar worden afgewogen. Technologie hoort ondersteunend te zijn aan de wensen van de patiënt, niet andersom.

Niet alleen een technisch probleem

De discussie over technologie en alleen sterven raakt uiteindelijk aan iets groters: sociale verbondenheid. Wanneer iemand dagenlang door niemand wordt gemist, is dat niet primair een technologisch probleem. Je kunt een sensor ophangen die alarm slaat wanneer iemand niet meer beweegt. Maar misschien is de belangrijkere vraag waarom er niemand was die die dag toch al even zou bellen of langskomen. Technologie kan een vangnet zijn. Ze kan helpen om problemen eerder te herkennen en mensen langer veilig thuis te laten wonen. En mogelijk kan ze voorkomen dat iemand na overlijden lange tijd onopgemerkt blijft. Maar misschien moeten we oppassen dat een technologisch vangnet geen vervanging wordt voor een sociaal vangnet. Want uiteindelijk is de vraag niet alleen of een computer kan merken dat iemand gestorven is.

De vraag is ook of iemand gemist wordt wanneer die er niet meer is.


Lees het wetenschappelijk artikel uit de JAMA Internal Medicine hier.

Reageer

Alleen geautoriseerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten
Heb je al een account? Inloggen
Abonneer je
Ja, houd mij ook op de hoogte
nieuws, webinars en meer

Inschrijving ontvangen!

Vanaf nu ontvangt u onze nieuwsbrief.