Pleisterplek. Een rubriek -kort maar fijn- over dat ene dierbare plekje in je huis of je tuin of je auto of zomaar ergens onderweg, waar je even heel fijn herinnerd wordt aan degene die er niet meer is. Waar je regelmatig bij stilstaat en je weer even zorgeloos weet en voelt dat diegene nog bij je is. Deze aflevering vertelt Yvonne Buunk - Werkhoven over haar pleisterplek:

Deze foto is een afbeelding van mijn pleisterplek thuis in Amsterdam; voor mijzelf heb ik dit plekje op de vensterbank bij het raam gemaakt, naast mijn bureautje waar ik meerdere dierbare en persoonlijke spulletjes bewaar; het is mijn hoekje… Op de foto staan mijn opa Piet Jacob Jansen en oma Nel Ruhulessin (in het linker fotolijstje), mijn wijlen vader Frans Werkhoven samen mijn inmiddels 88-jarige moeder Fransien Werkhoven-Jansen (in het rechter fotolijstje) en ikzelf, Yvonne Buunk-Werkhoven, als peuter in het midden op de voorgrond in het ronde fotolijstje (en samen met mijn man, Bram Buunk, in het achterste fotolijstje). Deze opstelling van de fotolijstjes met mezelf in het midden, omringd door mijn dierbaren, geeft me een warm gevoel als ik er naar kijk. Ik draag het beeld van deze foto-combinatie altijd bij me.
Op 23 maart jl. was het precies 75 jaar geleden dat mijn opa (KNIL-militair) en oma samen met hun acht kinderen met de boot Atlantis uit Indonesië naar Nederland kwamen. Mijn dubbele bloedband maakt de familieband extra speciaal. Mijn moeder, geboren in Meester Cornelis (een stadsdeel van Jakarta) en mijn vader, geboren in De Bilt, zijn getrouwd in de Schouwburg in Schattenberg (voormalig kamp Westerbork). Die plek waar mijn ouders elkaar het ja-woord gaven spreekt voor mij wel heel erg tot de verbeelding…
Ik was bijna tien jaar toen mijn opa overleed; mijn moeder had zowel voor mijn opa als oma gezorgd en in mijn herinnering woonden ze heel lang bij ons in huis (later bleek dat slechts 3 weken ofzo te zijn geweest). Toen mijn opa in het ziekenhuis lag, kwam mijn moeder op de woensdagmiddag voor kerst, thuis van het bezoek, maar ging vlot en heel verdrietig weer terug, toen ze hoorde dat mijn opa was overleden. Mijn zusje en ik mochten/gingen toen niet naar de padvinderij…, terwijl het een feestelijke kerstviering middag zou worden… De dagen rondom en de begrafenis vond ik ook heel verdrietig, want iedereen huilde en ik moest daarom ook erg huilen. Er hing bij ons thuis een familiefoto die gemaakt is toen mijn opa in 1976 overleed. De hele familie staat erop, we staan om de open kist waarin mijn opa ligt. Ik wist nooit of ik de foto mooi of leuk vond (ik had altijd veel lol met mijn opa, als ik uit school kwam). En zo’n foto heb ik nooit bij een Nederlands gezin zien hangen…
Mijn oma overleed in 1988 toen ik net een jaar op kamers woonde in Utrecht; op de lapjesmarkt had ik vrolijk drukbedrukte stofjes gekocht om bermuda’s van te maken voor de vakantie. Die maakte ik thuis bij mijn ouders, waar mijn moeder de laatste maanden voor oma had gezorgd. Mijn oma was enkelzijdig verlamd en als puber hielp ik haar met boodschapjes en de tuin. Ook met haar had ik altijd lol, vanwege de taal begrepen we elkaar minder goed en het ging altijd met handen en voeten of via mijn moeder. Mijn oma vond de korte broeken die ik maakte maar niets; zelf was ze nog aardig traditioneel gekleed in een sarong-rok en kabaja-blouse. Toen ik terugvloog van vakantie, is oma overleden, dus vrij onverwacht… haar uitvaart werd vanuit mijn ouderlijk huis geregeld. Mensen die de uitvaart bijwoonden, gaven handgeld in een enveloppe, een bijdrage voor de kosten van de uitvaart; een gewoonte bij Molukse begrafenissen, maar ook bij belijdenissen en bruiloften. Toen realiseerde ik me dat er dingen anders waren in mijn familie; bij een Nederlandse begrafenis zou je niet met een envelopje geld moeten aankomen.
Mijn Nederlandse katholieke vader (70 jaar) is de dag na mijn verjaardag overleden, een dag vóór de overlijdensdag van zijn moeder/onze oma. Mijn drie zussen en broer waren voor mijn verjaardag naar mijn ouders gekomen. ’s Avonds kwam de dominee van de Molukse kerk en hebben we met een gebed in wezen afscheid van mijn vader genomen (hij was al erg ziek en moe). Met taart in mijn handen stond ik op de trap toen mijn moeder aangaf dat het niet goed ging met mijn vader; ik voelde of hij nog ademde en mijn broer kwam met koffie de slaapkamer in. Vlak voordat hij zijn laatste adem uitblies opende hij nog één keer z’n ogen. Eigenlijk sliep hij heel vredig in… De begrafenis was in het Nederlands en deels in het Maleis, zowel met het Ave Maria als met Molukse liederen. De tekening van mijn toen zevenjarig nichtje werd de omslag van het uitvaartboekje, omdat ze overstuur was, dat opa haar tekening niet meer kon zien… mijn moeder/haar oma stelde haar gerust door te zeggen dat opa het vast wel kon zien of wist hoe mooi het was, en dat op deze wijze iedereen haar tekening kon bewonderen….
Aan mijn opa denk ik altijd terug met een grote glimlach om zijn ‘gekke bekken trekken gezicht’ als hij een ‘mona-toetje’ nadeed. Van mijn oma herinner ik me vooral haar gezichtsuitdrukking als ze iets niets vond. Dat doet me ook altijd glimlachen; daarbij, mijn moeder lijkt veel op mijn oma… Mijn vader was vrij nuchter in z’n reacties en stelde me gerust als ik me in een vreemde situatie begaf of emotioneel was… Hij zei altijd, het komt zoals het komt, en dat houd ik mezelf dan maar voor. Met alle drie zou ik graag nog eens gewoon willen samenzijn en verhalen uitwisselen en lachen.
Mijn moeder was de mantelzorger voor deze drie geliefde mensen. We hebben een sterke emotionele band en ondernemen veel samen. Na het overlijden van mijn vader in 2003 heb ik mijn moeder meerdere keren meegenomen voor vakantie en grote reizen of andere uitjes, activiteiten en bezoekjes... We steunen elkaar en voelen elkaar goed aan binnen een fijne realistische en gezonde moeder-kind relatie.
Inspirerend? De Carendredactie nodigt je uit om jouw pleisterplek te delen. Stuur een bericht naar redactie@carend.nl, dan nemen we contact met je op.