Nieuws Columns Webinars Congressen Opleidingen Podcast Forum
Alle resultaten

Oprechte aandacht en onvoorwaardelijke steun is het beste medicijn voor eenzaam verdriet

15.07.2026 1:00 's ochtends
Oprechte aandacht en onvoorwaardelijke steun is het beste medicijn voor eenzaam verdriet
Kasper Klaarenbeek
ambassadeur van het Nationaal Programma Palliatieve Zorg II, auteur en heeft ongeneeslijke kanker

In deze column besteed ik aandacht aan de verschillen tussen mannen en vrouwen. Niet om een genderdiscussie te starten, maar omdat mannen vaak onbegrepen zijn in hun behoeftes rond palliatieve zorg.

Als spreker van Stichting Écht de Sjaak, kom ik met grote regelmaat in groepen waarin ernstig zieke mannen met elkaar praten over de onzekerheden die ziekten met zich kunnen meebrengen. In de praktijk blijkt dit maar het topje van de ijsberg te zijn.

Net als bij de Titanic lijken de ijsbergen op het eerste gezicht wel mee te vallen, maar onder water dreigt een groot gevaar. Met andere woorden: het aantal mannen dat óók over hun ziekte wil praten, is veel groter dan het topje doet vermoeden. Dat sluit aan bij mijn eigen ervaringen; tijdens mijn eigen ziekte-reis wilde ik graag met mannelijke lotgenoten praten, maar ik kon ze niet vinden.

Vrouwen benoemen wat er is, mannen verdwijnen

Mannen verschillen daarin van vrouwen. Vrouwen hebben een houding die meer op openheid is gericht. Vrouwen benoemen wat er is. Ze bellen een vriendin, googlen symptomen die ze bij zichzelf zien, en weten drie dagen voordat ze de dokter zien al precies wat ze waarschijnlijk hebben. Ze delen de onzekerheid, en dat helpt.

Mannen verdwijnen. Ze trekken zich terug, doen alsof het meevalt of wachten tot het vanzelf over gaat. Kwetsbaarheid delen? Nee, dat doen ze niet zo snel. Dat voelt als verlies van controle, dus kiezen ze vaak voor een stoïcijnse houding. Vrouwen verbinden zich beter en/of vaker met die onzekerheid. Mannen bevechten die! Geen van beide strategieën is perfect. Praten helpt, maar soms ook niet. Doorzetten werkt, tot het niet meer werkt.

Maar het interessante zit in de diepere laag: de angst is bij mannen en vrouwen hetzelfde. Wat er achter dat ziek-zijn zit, en de manier waarop men zich daartoe verhoudt, is verlies van regie, de toename van afhankelijkheid en de eigen sterfelijkheid. Dat raakt mannen en vrouwen even hard. Alleen hun reactie verschilt.

Alles in mannen schreeuwt om verbinding

Ik ben 64 jaar en leerde ooit stijldansen. Het eerste dat je dan moet doen is ‘aansluiten’. Aansluiten op je danspartner. Dat is met omgaan met ziek-zijn niet anders. Het maakt vervolgens niet uit of je danspartner je ‘echte’ partner is, of een nabije zorgverlener. Pas als je qua ritme en intentie op elkaar kunt afstemmen, is er een kans dat je elkaar niet kwijtraakt. Ik zie mannen daarin – om in de metafoor te blijven – vaak aan de kant blijven zitten en stoer of ongeïnteresseerd DOEN, terwijl alles in ze schreeuwt om een verbinding, die hen wegvoert van de verwarring en onzekerheid.

Hoe ga je daar als naaste, collega, zorgverlener nou mee om? Met die – ogenschijnlijk! – zwijgzame mannen? Volgens mij is het heel simpel en daarmee dus heel ingewikkeld. Sluit aan, verplaats je in de ander, vul niet in, stel open vragen en verdraag de stilte als er geen antwoord komt of is. Geef geen advies, ga niet entertainen, ga niet raden. Het rondreizende kunstwerk van Saskia Stolz ,‘Blijf nabij’, zegt het allemaal. Het enige dat je hoeft te doen is er zijn en erbij blijven. Oprechte aandacht en onvoorwaardelijke steun is het beste medicijn voor eenzaam verdriet. Dat geldt in het hele leven, maar bij ongeneeslijk ziek zijn nog veel meer. Is dat nou zo lastig? Ja en nee.

Je hebt geen zicht op wat er in de binnenwereld gebeurt

Ja, omdat het ritme en tempo vaak niet te lezen of begrijpen valt. Je hebt geen zicht op wat er in de binnenwereld gebeurt. Nee, omdat jij helemaal niet hoeft te begrijpen wat er in die binnenwereld allemaal speelt. Door nabij te blijven geef je de ander stapje voor stapje de gelegenheid om zich te openen. Op zijn eigen manier en tempo. Als je daar druk op gaat zetten, ontploft het in je gezicht. Niet doen dus.

Ikzelf heb een stevige hekel aan goedbedoelde adviezen en mensen die mij (proberen te) dwingen om te praten. Momenteel zit ik weer in een periode van scans en de daarmee gepaarde onzekerheid, vanwege de uitslagen die nog gaan komen. Ik deel die onzekerheid wel, maar ik doe dat via een grapje en af en toe wat kleine signalen aan mijn directe omgeving. Als je me zou ‘dwingen’ er méér over te zeggen, haak ik af. Dit is voor mij niet makkelijk, maar dat is het evenmin voor mijn naasten.

Immers: it takes two to tango, om nog even in stijldans-termen te blijven.


Kasper Klaarenbeek (1962) is ambassadeur Nationaal Programma Palliatieve Zorg II, schrijver van het boek ‘Echt de Sjaak!’ en heeft ongeneeslijke kanker. Heb jij vragen naar aanleiding van deze column? Mail me via kasper@echtdesjaak.nl en ik beantwoord ze graag. Ook suggesties/thema’s voor volgende columns zijn zeer welkom.


Reageer

Alleen geautoriseerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten
Heb je al een account? Inloggen
Abonneer je
Ja, houd mij ook op de hoogte
nieuws, webinars en meer

Inschrijving ontvangen!

Vanaf nu ontvangt u onze nieuwsbrief.