‘Wil je even met me meelopen? Ik weet niet of deze persoon geschikt is voor de sessie die we aan het eind van de lesdag met de bewoners gaan doen. Volgens mij kan hij het wel gebruiken.’
Als ik incompany-training geef, geven de zorgverleners aan het einde van de dag een sessie aan bewoners met dementie van de zorginstelling. Dit helpt hen over de drempel om het geleerde meteen toe te passen in de praktijk. Voor de bewoners is het een mooi moment van contact en ontspanning. Voor allemaal is het vaak het hoogtepunt van de lesdag. De zorgverleners kiezen zelf de bewoners uit en de sessies worden zoveel mogelijk in de lesruimte gegeven.
Tijdens de lunchpauze vraagt een zorgverlener of ik even mee wil kijken bij een bewoner. Terwijl ik met haar meeloop, zegt ze: ‘Je zei dat dit ook bij mensen met een contractuur kan… maar deze man?’ Ze aarzelt. ‘Ik twijfel…’
Hij zit haast opgevouwen in zijn rolstoel. Zijn knieën reiken tot zijn kin, zijn armen liggen dubbelgevouwen, strak tegen zijn bovenlichaam. ‘Hij zit muurvast’, zegt ze. ‘De fysio kan er ook niet veel mee. Alleen in het snoezelbad ontspant hij een klein beetje.’ We kijken op een afstandje, om hem niet te storen.
Ik begrijp haar twijfel en stel voor dat we na de les bij hem gaan kijken. Hij kan er zeker baat bij hebben, maar gezien de ernst van de contracturen bekijk ik dat liever één op één. Dan heb ik mijn volledige aandacht erbij en kan ik de kleinste nuances waarnemen.
Aan het einde van de middag gaan we samen naar hem toe. Ik neem er een stoel bij, zodat ik op ooghoogte met Piet kan communiceren, stel me voor en we maken een praatje. Daarna vraag ik of ik wat ontspanningstechnieken bij hem mag toepassen. Hij glimlacht en zegt ja.
Ik vertel dat ik achter hem ga staan om mijn handen op zijn schouders te leggen en dat de zorgverlener voor hem blijft zitten. ‘Hier komen mijn handen’, kondig ik aan. Ik wacht totdat de boodschap zijn brein heeft bereikt. Op het knikje van de zorgverlener leg ik langzaam mijn handen op zijn schouders. Terwijl mijn handen daar rusten, voel ik de spanning in zijn magere schouders. In gedachten nodig ik ze uit zich te warmen aan mijn handen. Na een minuut of vijf merk ik dat de spanning wat afneemt. Terwijl ik naast de rolstoel ben gaan staan vraag ik aan Piet of ik over zijn armen mag strijken. Dat mag.
Voorzichtig strijk ik vanaf zijn schouder richting zijn elleboog, over de kleding heen, in een tempo dat zijn brein kan volgen. Affectief aanraken, zonder iets te willen of te sturen, alleen aanwezig zijn. De verzorgende praat rustig met Piet, terwijl ik alle tijd neem voor de strijkingen. Heel langzaam voel ik de spanning wat zakken. Zijn hand opent iets. We zijn zeker een kwartier verder. Zijn arm ligt niet meer zo strak tegen zijn bovenlichaam en wonderwel zakt de andere arm ook een beetje mee naar beneden. Ik blijf rustig in hetzelfde tempo strijken, zonder iets te forceren. En dat voelt het lichaam van Piet.
‘Mijn benen zitten in de weg’, zegt Piet. Dus gaan we met zijn benen aan de slag. Rustige strijkingen over zijn broek, vanaf de knie naar de voet. Na een tijdje zakken, haast onmerkbaar maar uiteindelijk duidelijk zichtbaar, zijn knieën.
Ik strijk nu over zijn bovenbenen, vanaf de heup naar de knie. Terwijl ik dit doe, komen zijn armen steeds verder naar beneden. Ze hebben ruimte gekregen om zich te strekken en zijn handen kunnen uiteindelijk rusten op zijn bovenbenen.
We hebben nauwelijks tijd om het tot ons door te laten dringen, want op dat moment komt zijn zoontje binnen gehuppeld. ‘O mama, mama kom eens kijken! Papa is weer uit de knoop!’
Hij slaat zijn armpjes om de benen van zijn vader en legt zijn hoofd op zijn schoot. ‘Papa, papa, je bent weer uit de knoop. Dat is lang geleden. Nu kan ik weer op je schoot zitten.’
Hij voegt meteen de daad bij het woord. Vader en zoon genieten van het moment.
Dan veert hij overeind. ‘Wie heeft dat gedaan?’ Hij kijkt de verzorgende aan. Die wijst naar mij. ‘Hebt u dat gedaan? Hoe hebt u dat gedaan? Blijft papa uit de knoop?’ Hij struikelt bijna over zijn woorden. Ik leg uit dat papa waarschijnlijk weer in de knoop gaat, maar dat ik hem en zijn moeder kan leren hoe ik het gedaan heb. En dat ook de verzorgende dat weet, samen met haar collega’s die ik lesgeef.
Hij kijkt naar zijn moeder die knikt met een grote glimlach. Moeder biedt haar armen aan als model. Samen met haar zoontje leggen we onze handen op haar schouders. Ik leer hem hoeveel tellen hij mag wachten, zodat de warmte van zijn handjes in de schouder trekt. Dan strijken we langzaam naar de elleboog. Wachten, voelen, aandachtig zijn. Het puntje van zijn tong komt tevoorschijn van de concentratie. Ik vertel hem ook dat het niet altijd lukt om papa uit de knoop te halen. Dat hij dan niet boos of teleurgesteld hoeft te zijn.
‘Je kunt het heel goed doen, maar papa’s spieren kunnen niet altijd ontspannen. Doe dit altijd samen met mama of een zorgverlener.’ Hij knikt ernstig. Zijn moeder legt liefdevol een hand op zijn rug.
Ik vergeet nooit die blik van vader en zoon toen zijn zoontje bij hem op schoot klom. Soms heeft loslaten maar twee handen nodig. En een beetje vertrouwen.
Later blijkt dat deze sessies drie tot vier keer per week uitgevoerd worden en opgenomen zijn in het zorgdossier. Zeker één keer per week helpen zijn zoontje en vrouw hiermee, en ‘papa blijft steeds langer uit de knoop’ .
Klara van Zuijdam is specialist in aanraking en massage bij kwetsbare doelgroepen en werkt sinds de jaren negentig in de palliatieve zorg. Via Touch for Care deelt ze de helende kracht van liefdevolle aanraking en aanwezig-zijn in de laatste levensfase. www.touchforcare.nl
Carend en Alzheimer Nederland organiseren samen het Congres over Dementie en Palliatieve Zorg. Het congres vindt plaats op 30 september 2026. Dagthema is 'De mens centraal bij belangrijke keuzes' >> Palliatieve Zorg en Dementie: De mens centraal bij belangrijke keuzes – Carend