Nieuws Columns Webinars Congressen Opleidingen Podcast Forum
Alle resultaten

Zonder specialisme geen generalisme (opinie)

29.09.2026 2:00 's ochtends
Zonder specialisme geen generalisme (opinie)
Sander de Hosson
Hoofdredacteur

"Palliatieve zorg is van iedereen." "Elke zorgverlener moet het kunnen". Palliatieve zorg moet generalistische zorg zijn, is al jaren het credo onder beleidsmakers. Ik beschouw het als een weeffout. Een schadelijke ook. 

Iedere arts en iedere verpleegkundige moet kennis hebben van palliatieve zorg. Natuurlijk. Iedere zorgverlener moet kunnen herkennen wanneer een patiënt achteruitgaat, aandacht hebben voor klachten en het gesprek durven voeren over wat voor iemand nog belangrijk is. Goede zorg in de laatste levensfase mag nooit afhankelijk zijn van de toevallige aanwezigheid van één bevlogen collega.

Maar juist daarom hebben we méér specialisten in palliatieve zorg nodig.

We gebruiken het generalistische karakter van palliatieve zorg te gemakkelijk als argument om specialistische expertise onvoldoende te organiseren. Iedereen moet het immers kunnen. Het hoort bij het gewone werk. Daarmee lijkt de discussie gesloten, terwijl de belangrijkste vragen nog niet eens zijn gesteld. Wie leert het hun? Wie kijkt mee? Wie helpt een afdeling om de zorg te verbeteren? Wie is beschikbaar wanneer kennis tekortschiet en ervaring ontbreekt?

Wie ‘iedereen’ antwoordt op de vraag wie de deskundigheid organiseert, heeft geen antwoord gegeven.

Zo verandert een gedeelde opdracht in een collectief excuus. Er hoeft niemand te worden aangesteld, want 'iedereen is ervan'. Er hoeft geen tijd te worden vrijgemaakt, want 'het hoort al bij het werk'. En als de zorg tekortschiet, is moeilijk aan te wijzen wie had moeten zorgen dat het beter kon. Iedereen was toch verantwoordelijk?

Bij andere onderdelen van de zorg zouden we die redenering onmiddellijk doorzien. Iedere arts moet een infectie kunnen herkennen en behandelen. Niemand concludeert daaruit dat we geen internisten-infectiologen nodig hebben. Iedere verpleegkundige moet aandacht hebben voor een wond. Toch vinden we gespecialiseerde wondverpleegkundigen heel normaal. We begrijpen uitstekend dat iemand zich diepgaand in een vakgebied moet verdiepen om anderen verder te kunnen helpen.

Maar zodra het over de laatste levensfase gaat, lijkt de gedachte dat iedere zorgverlener dit hoort te kunnen ineens voldoende. Alsof de complexiteit afneemt wanneer genezing niet meer mogelijk is.

Juist dan kunnen lichamelijke klachten, angst, uitputting, familieverhoudingen en onzekerheid over het ziektebeloop elkaar versterken. Behandelbeslissingen raken aan vragen over draagkracht, waardigheid en wat iemand nog van het leven verlangt. Daar is kennis voor nodig, ervaring en het vermogen om te herkennen wanneer je eigen deskundigheid niet meer toereikend is. Betrokkenheid alleen is onvoldoende. Ook een toegewijde arts kan vastlopen. Ook een ervaren verpleegkundige kan ondersteuning nodig hebben.

Dat erkennen is professionaliteit. Die ondersteuning vervolgens niet organiseren, is een bestuurlijk tekort.

Natuurlijk zijn er in Nederland deskundige professionals en teams die zich toeleggen op palliatieve zorg. Hun werk verdient een steviger positie dan afhankelijkheid van lokale bereidheid, tijdelijke middelen of uren die ergens tussendoor moeten worden gevonden. Bevlogenheid kan veel in beweging brengen, maar mag nooit de sluitpost van een begroting worden. Een bestuurder die palliatieve zorg belangrijk noemt, maar er geen deskundigheid, tijd en middelen voor vrijmaakt, spreekt een wens uit. Die organiseert geen zorg.

Bovendien doen we specialistische professionals tekort als we hen uitsluitend zien als hulptroepen voor situaties die al zijn vastgelopen. Dan missen we juist een groot deel van hun betekenis.

Zij kunnen de verpleegkundige helpen herkennen dat een patiënt de stervensfase ingaat. Met een jonge arts een gesprek voorbereiden over behandelgrenzen. Met een team terugkijken op een moeilijk overlijden en onderzoeken wat eerder gezien of anders gedaan had kunnen worden. Zij kunnen onderwijs verzorgen, onderzoek vertalen naar de praktijk en ervoor zorgen dat afspraken ook op een drukke afdeling bruikbaar zijn.

Daar wordt het generalisme sterker. In de dagelijkse samenwerking, waarin kennis wordt overgedragen, twijfel mag worden uitgesproken en collega’s leren van iemand die zich verder in het vak heeft verdiept. Wie vandaag samen een ingewikkelde situatie beoordeelt, herkent morgen misschien eerder wat er nodig is.

Generalistische deskundigheid ontstaat niet doordat we haar in een beleidsstuk veronderstellen.

Je kunt niet van iedere zorgverlener verwachten dat die palliatieve zorg beheerst en vervolgens weigeren de voorwaarden daarvoor te organiseren. Een eenmalige scholing maakt nog geen deskundig team. Een protocol zorgt er niet vanzelf voor dat iemand een moeilijk gesprek durft te voeren. En de mededeling dat consultatie mogelijk is, helpt weinig als niemand tijd heeft om mee te kijken, onderwijs te geven of structurele problemen aan te pakken.

Daarom moet specialistische expertise een herkenbare, structurele plaats krijgen in zorginstellingen en regionale samenwerkingsverbanden. Met goed opgeleide professionals, beschermde tijd, bereikbare consultatie en een duidelijke verantwoordelijkheid voor onderwijs en kwaliteitsverbetering. Daarbij hoort ook het mandaat om tekortkomingen aan te kaarten en veranderingen door te voeren.

De vertrouwde behandelaar blijft bij de patiënt betrokken. Juist met goede specialistische ondersteuning kan die vaker zelf passende zorg blijven bieden. Een huisarts die kan overleggen, een verpleegkundige die wordt begeleid en een medisch specialist die tijdig advies kan vragen, krijgen meer mogelijkheden om hun verantwoordelijkheid waar te maken. Zo vergroot specialisme de deskundigheid van een hele organisatie.

Van zorgverleners verlangen dat zij goede palliatieve zorg bieden zonder de expertise te organiseren die hen daartoe in staat stelt, is de generalist laten zwemmen. En de patiënt ook.

Palliatieve zorg is van iedereen. Dat moet een opdracht zijn om deskundigheid breed beschikbaar te maken, nooit een rechtvaardiging om haar nergens stevig te beleggen.

Zonder specialisme geen generalisme. Wie vindt dat iedere zorgverlener dit moet kunnen, moet eindelijk organiseren dat iedere zorgverlener het kan leren.


Afbeelding gemaakt met AI.

Reageer

Alleen geautoriseerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten
Heb je al een account? Inloggen
Abonneer je
Ja, houd mij ook op de hoogte
nieuws, webinars en meer

Inschrijving ontvangen!

Vanaf nu ontvangt u onze nieuwsbrief.