Reutelen in de stervensfase: indrukwekkend, maar vaak niet benauwd
Reutelen in de stervensfase kan veel indruk maken. Naasten horen een rochelend, borrelend of pruttelend geluid bij de ademhaling en schrikken daarvan. Het klinkt soms alsof iemand benauwd is, vol slijm zit of zelfs dreigt te stikken. Dat beeld kan paniek oproepen, juist op een moment waarop mensen al gespannen, verdrietig en waakzaam zijn.
Toch betekent reutelen meestal niet dat iemand lijdt.
In de laatste levensfase verandert er veel in het lichaam. De stervende wordt vaak steeds minder wakker. De slikreflex neemt af. Hoesten lukt minder goed. Speeksel en slijm worden niet meer vanzelf weggeslikt of opgehoest en kunnen daardoor achterblijven in de keel of de bovenste luchtwegen. De lucht die bij het ademen langs dat vocht stroomt, veroorzaakt het geluid.
Voor de omgeving kan dat heftig klinken. Maar de stervende zelf is vaak verminderd bewust en ervaart het meestal niet zoals naasten het horen. Dat verschil is belangrijk. Wat voor de mensen rondom het bed alarmerend klinkt, hoeft voor de patiënt zelf geen benauwdheid of verstikking te betekenen.
Juist daarom is uitleg zo belangrijk.
Een zorgverlener kan bijvoorbeeld rustig zeggen: “Ik hoor dat de ademhaling geluid maakt. Dat komt waarschijnlijk doordat hij het speeksel niet meer goed wegslikt. Het klinkt naar, maar we zien op dit moment geen tekenen dat hij benauwd is.”
Zo’n eenvoudige uitleg kan veel doen. Niet omdat het verdriet wegneemt, maar omdat het betekenis geeft aan wat mensen horen. Het helpt naasten om niet alleen op het geluid te reageren, maar ook te kijken naar het geheel: het gezicht, de houding, de rust of onrust van de patiënt.
Reutelen en benauwdheid zijn namelijk niet hetzelfde.
Bij benauwdheid zien we vaak andere signalen. Iemand kan angstig kijken, onrustig zijn, de hulpademhalingsspieren gebruiken, met de schouders meebewegen, grauw of gespannen ogen, of zichtbaar moeten vechten voor lucht. Bij reutelen kan het geluid indrukwekkend zijn, terwijl iemand verder ontspannen ligt, met een rustig gezicht en weinig tekenen van strijd.
Dat vraagt om goed observeren. Niet alleen luisteren naar het geluid, maar kijken naar de mens.
Wat kan helpen?
Soms helpt het om iemand voorzichtig op de zij te draaien of het hoofd iets anders te positioneren. Daardoor kan speeksel anders zakken en kan het geluid verminderen. Dat moet wel zorgvuldig gebeuren, zeker als iemand kwetsbaar, pijnlijk of heel verzwakt is. Comfort staat altijd voorop.
Goede mondzorg blijft belangrijk. Een droge mond, korsten of taai slijm kunnen ongemak geven. De mond bevochtigen, lippen verzorgen en voorzichtig reinigen kan rust geven, ook als iemand zelf niet meer goed kan drinken of slikken.
Uitzuigen wordt vaak overwogen, maar is meestal niet prettig. Het kan kokhalzen, onrust of irritatie veroorzaken en helpt vaak maar kort. Bovendien zit het vocht bij reutelen vaak niet diep in de longen, maar hoger in de keel of bovenste luchtwegen. Het telkens opnieuw uitzuigen kan dan belastender zijn dan het geluid zelf.
Medicatie kan soms worden overwogen. Middelen die secretie verminderen kunnen helpen, vooral wanneer ze vroeg genoeg worden ingezet en er veel speekselvorming is. Maar ook medicatie heeft beperkingen. Het neemt bestaand slijm niet altijd weg en kan bijwerkingen geven, zoals een droge mond of taaiere secreties. Daarom is het belangrijk om steeds af te wegen: behandelen we een symptoom van de patiënt, of vooral de schrik van de omgeving?
Die schrik is overigens niet onbelangrijk.
Naasten kunnen enorm lijden onder het geluid. Ze zitten naast iemand van wie ze houden en horen bij elke ademhaling iets dat lijkt op strijd. Dat raakt diep. Het kan machteloos maken. Soms durven mensen nauwelijks nog naast het bed te zitten, omdat het geluid zo confronterend is. Dan helpt het niet om alleen te zeggen: “Hij merkt er niets van.” Beter is om ook erkenning te geven: “Ik begrijp dat dit heel naar klinkt. Veel mensen schrikken hiervan. We blijven goed kijken of hij comfortabel is.”
Daar zit misschien wel de kern van goede zorg bij reutelen: uitleg, nabijheid en voortdurende observatie.
Reutelen confronteert mensen met het sterven. Het maakt hoorbaar dat het lichaam aan het loslaten is. Voor zorgverleners is het misschien een bekend verschijnsel, maar voor naasten is het vaak nieuw en beangstigend. Wat voor de één een medisch herkenbaar teken is, kan voor de ander klinken als nood.
Daarom vraagt reutelen om rustige zorgverleners. Zorgverleners die durven blijven zitten. Die niet onmiddellijk in actie schieten omdat het geluid zo indrukwekkend is, maar eerst goed kijken. Is iemand comfortabel? Is er sprake van benauwdheid? Is er onrust? Wat hebben de naasten nodig om te begrijpen wat er gebeurt?
In de stervensfase gaat goede zorg niet alleen over symptomen behandelen. Het gaat ook over betekenis geven aan wat mensen zien en horen. Over woorden geven aan lichamelijke veranderingen. Over geruststellen zonder te bagatelliseren. Over erkennen dat sterven soms geluid maakt, zonder dat dit betekent dat iemand lijdt.
Reutelen kan indrukwekkend zijn. Maar vaak is het vooral indrukwekkend voor wie achterblijft.
En juist daarom verdient het aandacht.

Op 28 oktober organiseert Carend een hele dag over de zorg in de stervensfase. Tot 1 september kan je met vroegboekkorting inschrijven. Lees hier meer.