In de rubriek 'VRAAG!' beantwoorden Brigitte Verburgh en Jolet Plomp vragen over palliatieve zorg van jullie, onze lezers.
VRAAG!
Is er leven na de dood?
Antwoord:
Ik ben in gesprek met een vriend. Wij hebben het over deze vragenrubriek. Zijn zoontje van 3 jaar oud is overleden. Hij zou dit jaar 12 jaar zijn geworden. Ik stel hem de vraag: ‘Wat zou jouw vraag zijn voor deze rubriek?’ Hij antwoordt direct: ‘Is er leven na de dood? Zie ik mijn zoontje ooit nog terug?' Ik weet het niet. Het is één van de vragen die ik niet met wetenschappelijk bewijs kan beantwoorden. Toch stellen veel mensen mij die vraag. Meestal stel ik de vraag terug om mijn gebrek aan een antwoord te maskeren: ‘Denk jij dat er leven is na de dood?’
Er is niemand die echt weet of er leven na de dood is. Het bewustzijn zou stoppen als de hersenen en het hart ophouden met werken. Mensen met bijna-doodervaringen benoemen een gevoel van rust, vrede en visioenen, maar onderzoekers verklaren dit als een fysieke reactie van zuurstoftekort die bij de naderende dood voorkomt. Er is veel over dit onderwerp geschreven, maar echt verklaren kan niemand het.
Of je gelooft in het leven na de dood, kan afhangen van je persoonlijk geloof of je levensovertuiging. In de islam, het christendom of jodendom geloof je in het hiernamaals, zoals de hemel, de hel of het eeuwige leven bij jouw God. Bij het hindoeïsme en boeddhisme geloof je in reïncarnatie. Je ziel wordt opnieuw geboren. Je kan ook spiritueel ingesteld zijn. Er zijn mensen geloven dat het bewustzijn van een mens blijft bestaan en dat hier contact mee kan worden gelegd. De meeste mensen zeggen echter: ‘Ik geloof dat er iets is.’ De antwoorden op ‘hoe zie je dat voor je?’ variëren van een plek, een licht, de aanwezigheid van dierbaren of het blijven bestaan vanuit een herinnering.
Het zet mij aan het denken. Waarom is iets dat niet te verklaren is, de vraag die we willen beantwoorden?
In de praktijk blijkt dat we juist meer willen weten, willen geloven in het leven na de dood, omdat het moeilijk is te accepteren dat iemand definitief ophoudt te bestaan. Dat het slechts de herinnering is die blijft, terwijl een leven verdwijnt. Wat gebeurt er met mijn gedachten, mijn persoon? Dat het einde nog niet echt het einde is, kan minder beangstigend zijn en zelfs berusting geven.
Voor iemand die een dierbare heeft verloren, kan deze vraag een andere betekenis krijgen. Het gaat niet zozeer om bewijs. Er is een behoefte om te weten of de band met je dierbare blijft bestaan. Ga je elkaar nog een keer terug zien? Het is een zoektocht naar troost, hoop en betekenis. Soms is de gedachte dat er leven na de dood is, genoeg om het verdriet iets draaglijker te maken. Het gebeurt nogal eens dat stervenden menen een overleden geliefde op de rand van het bed te zien zitten. Of ze ‘horen’ dat ze worden toegesproken, of zien een licht. Dergelijke ervaringen geven merkbaar rust, blijkt uit een onderzoek onder verzorgenden.
Als iemand mij vraagt: ‘Is er leven na de dood?’, besef ik dat die persoon niet vraagt naar wetenschappelijk bewijs.
Mijn eerste reactie: ‘Denk jij dat er leven is na de dood?’ blijkt dan nog niet zo slecht te zijn. Misschien begint het echte antwoord namelijk niet bij wat ík denk dat er na de dood komt, maar bij de vraag waarom de ander dit wil weten.
‘Wat is de reden dat je deze vraag stelt?’
‘Wat doet het met je om hierover te praten?’
‘Heb je behoefte aan troost?’
‘Aan hoop?’
‘Hoe denk jij zelf over de dood?’
Want achter de vraag: ‘Is er leven na de dood?’ schuilt misschien een andere vraag: ‘Wat hoop jij dat er na de dood is?’
Heb jij ook een vraag over palliatieve zorg? We lezen het graag. Mail je vraag naar redactie@carend.nl met ‘vraag’ als onderwerp.