Haar rimpelige gezicht kijkt mij vriendelijk aan. Mevrouw Stas is 98 jaar oud en de oudste patiënt uit de huisartsenpraktijk. Ze hoort mijn telefoontjes niet omdat ze slechthorend is en ze komt nooit bij de huisarts. Mijn bezoekjes op de bonnefooi waardeert ze altijd. 'Pak maar wat te drinken meisje, jij bent van de huisarts toch?'
Onze gesprekjes gaan vaak hetzelfde. Ze vertelt heel luid over haar gewrichten, het leven dat saai wordt en dan huilt ze vanwege de dierbaren die zij heeft verloren. ‘Als je zo oud bent als ik, dan gaat iedereen van wie je houdt dood.' Ik hoef niet te antwoorden, want ze houdt mijn hand vast en praat hard verder. 'Waarom heeft onze lieveheer mij niet eerder gehaald?' Ze schudt haar hoofd. 'Ik begrijp het niet, waarom moest hij eerst mijn dochter en daarna mijn zoon afnemen?'
Met een grote witte zakdoek snuit ze hard haar neus. Haar handen zijn krachtig, haar gezicht verweerd, maar toch heeft zij een zachte uitstraling. Ze stopt de zakdoek in de zak van haar vestje en praat weer verder. 'Mijn kleindochter Kim zorgt zo goed voor mij. Eerst voor haar moeder, die nu dood is, en daarna voor mij.' Ze kijkt mij aan. Ze vraagt hoe oud ik ben en ik antwoord: '37 jaar, mevrouw.' Lachend wuift ze mijn leeftijd weg. 'Jij komt pas net kijken! Je hebt een heel leven voor je.' 'Ik hoop het, mevrouw, maar je weet het nooit,' is mijn antwoord.
Snel komt ze naar voren en kijkt ze mij indringend aan. Met een wijsvingertje op mij gericht zegt ze: 'En zo is het maar net, je weet het nooit. Je moet genieten van je leven, nu je nog jong bent.' Als ik haar vraag of zij weleens aan het levenseinde denkt, zegt ze dat ze verlangt te sterven. 'Hoeveel meer verdriet moet ik nog krijgen? Hoeveel ouder moet ik nog worden? Ik wil niemand tot last zijn, mijn leven is klaar. Ik heb alles gezien en meegemaakt,' zegt ze.
'Het liefste zou ik zo’n spuitje krijgen, zodat ik ineens dood ben. Zou de dokter mij die kunnen geven?' Ik schud mijn hoofd. 'Dat gaat niet zomaar, daar zijn procedures voor, maar ik kan u er meer over vertellen.' Twijfelachtig kijkt ze mij aan. Dan zegt ze dat onze lieveheer het blijkbaar haar tijd nog niet vindt en dat zij niet in zijn vaarwater wil zitten. Zij sluit af met het zinnetje: 'Het is moeilijk om zo oud te worden.'
Ik herken het van andere patiënten in deze hoge leeftijdsklasse. Iedereen streeft ernaar steeds ouder te worden, maar beseft niet hoe zwaar ouder worden kan zijn wanneer steeds meer dierbaren wegvallen. Zij hebben alles al meegemaakt en zien dezelfde problemen zich opnieuw herhalen. Zij blijven achter met de vraag hoelang het leven nog zal duren en wat het leven voor zin heeft. Voor dit gedeelte van zorg, van een voltooid leven, is weinig aandacht.
Mevrouw vertelt over haar kleindochter Kim en wat die allemaal doet. Ze komt elke dag langs, zorgt voor het eten en de medicijnen. 'Ze heeft het zo zwaar met de dood van haar moeder, ze heeft alleen mij.' Ik zeg: 'Misschien is dat wel de reden dat uw lieveheer u nog niet gehaald heeft. Kim heeft u nog.'
De tranen springen in haar ogen en ze tovert de grote zakdoek weer tevoorschijn. Opnieuw wijst zij met haar vingertje naar mij. 'Ja, dat zou het kunnen zijn. Dat moet het wel zijn.' Met een hard geluid snuit ze haar neus. 'Dat moet het wel zijn.' Ze herhaalt het alsof ik iets heel wijs gezegd heb. Alsof het echt het antwoord is waarom zij 98 jaar oud geworden is en nog niet dood is gegaan. Dan knijpt ze in mijn hand en antwoordt zij lief: 'Dankjewel. Geniet maar meisje, voordat je zo oud bent als ik.'
En als ze denkt dat ik haar niet hoor, ook al is mijn gehoor beter dan dat van haar, voegt zij er zachtjes aan toe: 'En daar is niks aan.'
Op 28 oktober organiseert Carend een hele dag over de zorg in de stervensfase. Tot 1 september kan je met vroegboekkorting inschrijven. Lees hier meer.
