Die ene palliatieve patiënt van Thecla Overvelde vrijwilliger bij Stichting Thuis Sterven Zuidwest Overijssel
Hij wilde niemand tot last zijn en hield de regie stevig in handen. Tot het moment waarop hij een vreemde nodig had om overeind te komen.
In de rubriek 'Die ene palliatieve patiënt' vertelt een zorgverlener over een patiënt die indruk heeft gemaakt of een nieuw inzicht heeft gegeven. Deze aflevering met Thecla Overvelde, vrijwilliger bij Stichting Thuis Sterven Zuidwest Overijssel.
'Op een koude winteravond ging ik voor de eerste keer waken bij meneer P. Hij was 75, had uitgezaaide slokdarmkanker en wilde tot het laatst zelf de regie houden. Dat ging heel ver. Hij wees alle hulp af. Meneer had een klein netwerk en had weinig contact met zijn zoon en schoondochter. Met zijn buurvrouw had hij wel contact. Volgens hem was ze de enige die om hem gaf. Hij wilde eigenlijk ook geen hulp van ons maar ging toch overstag en de avond waarop ik bij hem kwam was de eerste avond dat hij zorg van ons kreeg.
Niemand kreeg de huissleutel. Meneer had een trippelstoel en gebruikte die om de voordeur te openen. Er was mij verteld dat ik de politie moest bellen als hij niet opendeed. Nadat ik had aangebeld hoorde ik wat gestommel maar niemand verscheen. De politie bellen deed ik niet want ik hoorde immers wel wat geluiden. Na een tijdje keek ik door de brievenbus maar ik zag niets. Ik riep zijn voornaam. Heel zachtjes en zwak antwoordde hij: ‘Ik ben gevallen.’ Hij lag vlak achter de voordeur. Via de brievenbus hadden we contact. Uiteindelijk, na een klein half uur, lukte het hem op zich wat op te richten en de deur te ontgrendelen zodat ik naar binnen kon. Ik zag de broodmagere man, in een ouderwetse witte onderbroek en hemd in een hoek achter de deur liggen op zo’n stekelige vieze mat. Met twee pompen, een voor de sondevoeding en een morfinepomp.
Het was zo’n trieste en desolate aanblik. Hulpeloos en hopeloos. Hij was helemaal uitgeput. Ik ben eerst vlak naast hem gaan zitten en zei: “Dit is wel een bijzondere kennismaking.” Ik vroeg me af hoe meneer weer in zijn bed kon komen. Met het vertrouwen dat het ons vast ging lukken gaf hij zijn laatste beetjes kracht om op te staan en liep met behulp van de trippelstoel naar de slaapkamer op de begane grond.
Het raakte mij dat meneer P, mogelijk op een van de moeilijkste momenten van zijn leven, een vreemde in zijn huis toe moest laten. Iets wat hij juist niet wilde. Hij was erg verdrietig maar tegelijkertijd fluisterde hij dat het goed was dat ik er was. Hij is die nacht nog wel drie keer uit bed gegaan om te plassen. Er was een postoel maar daar wilde hij absoluut niet op. Ik had die postoel naast zijn toilet gezet maar hij wilde per se op zijn eigen wc zitten.
Hij wilde niemand belasten en hield alles onder controle, ook zijn medicatie. De pompen wilde hij eveneens zelf bedienen. Uit de overdracht wist ik dat meneer zeeman was geweest en de hele wereld had gezien. En ook dat hij gescheiden was en een moeizaam contact met zijn familie had. Ik heb daar niet naar gevraagd. Het was niet het moment om te graven in zijn verleden. Meneer was stil en in zichzelf gekeerd. ‘Alles is me ontnomen’, zei hij nauwelijks verstaanbaar. Het leven was zo anders verlopen dat hij gedacht had. ‘Ik ben helemaal op’, zei hij ook. En dan moest hij aan het einde van zijn leven ook nog verdragen dat buitenstaanders zich om hem bekommerden.
Er was een hoog laag bed besteld door de thuiszorg maar dat was er nog niet. In afwachting van de komst van dat bed was de woonkamer alvast wat leeggehaald. Ik heb die hele nacht op een krukje gezeten tussen wat souvenirs van verre reizen. Eten en drinken was er niet in huis, meneer had zijn sondevoeding. De huisarts had een half jaar eerder al gesproken over een hospice maar daar wilde meneer P. niets van weten. Op het laatst stemde hij daar toch mee in maar hij wilde wel zijn sondevoeding behouden. Twee dagen later is hij opgenomen in het hospice. Daar is hij een dag na opname overleden.
Het beeld van die broze, in zichzelf gekeerde, zieke man die in de gang achter de voordeur lag, komt nog regelmatig bij mij binnen.'
Een aantal verhalen uit deze rubriek, geschreven door journalisten Gertien Koster en Jos Schuring, zijn verzameld in het boek 'Die ene palliatieve patiënt vergeet ik nooit meer'. Wanneer je via boekhandel Riemer een boek van de speciale 'Carend pagina' aanschaft, draag je direct bij aan het werk van stichting Samen Carend: 10% van de omzet wordt afgedragen aan de stichting. Zo help je mee aan een toekomst waarin zorg niet alleen draait om systemen en productie, maar vooral om aandacht, kwaliteit, compassie en menselijkheid.
Jouw verhaal over die ene palliatieve patiënt hier? Stuur een bericht naar redactie@carend.nl, dan nemen Gertien en Jos contact met je op.
Reageer