Nieuws Columns Webinars Congressen Opleidingen Podcast Forum
Alle resultaten

Eén op de tien rouwende werknemers krijgt burn-out: roep om wettelijk rouwverlof groeit

Rouw stopt niet na een begrafenis, maar voor veel werknemers begint dan alweer de gewone werkweek. Uit nieuw onderzoek van vakbond CNV, gepubliceerd op 2 november 2026, blijkt dat één op de tien rouwende werknemers met een burn-out te maken krijgt. Bijna vier op de tien werknemers hebben meer tijd nodig om te rouwen dan hun werkgever mogelijk maakt. De vakbond pleit daarom opnieuw voor twee weken wettelijk rouwverlof. Maar ondanks jarenlange politieke discussie is een wettelijke regeling nog altijd niet ingevoerd.

7 min leestijd

Eén op de tien rouwende werknemers krijgt burn-out: roep om wettelijk rouwverlof groeit


Wie een partner, ouder, kind of andere dierbare verliest, krijgt niet alleen te maken met verdriet. Er moeten praktische zaken worden geregeld, het dagelijks leven verandert en de vanzelfsprekendheid waarmee iemand voorheen werkte, kan ineens verdwenen zijn. Toch wordt van veel mensen verwacht dat zij na enkele dagen hun werkzaamheden weer oppakken.

Hoe groot de gevolgen daarvan kunnen zijn, blijkt uit nieuw onderzoek van CNV onder 1.500 werknemers die in de afgelopen tien jaar een dierbare verloren. Tien procent geeft aan met een burn-out te maken te hebben gekregen en een kwart rapporteert burn-outklachten. Bijna 30 procent voelde zich onder druk gezet om sneller aan het werk te gaan.

Vier op de tien werknemers hadden behoefte aan meer tijd om te rouwen dan op het werk mogelijk was. Bijna de helft had moeite om werk en rouw met elkaar te combineren.

Rouw heeft grote gevolgen voor het functioneren

De gevolgen beperken zich niet tot het emotionele welzijn van werknemers. Uit het onderzoek blijkt dat 69 procent zich door het verdriet moeilijker kon concentreren. Meer dan de helft kampte met vermoeidheid of uitputting. Bij 42 procent leidde de rouw tot meer fouten of moeite met het afronden van werkzaamheden.

Deze cijfers laten zien dat de gevolgen van verlies zich ook op de werkvloer manifesteren. Iemand kan lichamelijk aanwezig zijn en tegelijkertijd moeite hebben om het gewone werk vol te houden.

Vooral dat onzichtbare karakter maakt rouw ingewikkeld. Aan de buitenkant lijkt iemand misschien weer te functioneren, terwijl het dagelijks leven nog volledig in het teken staat van het verlies.

Een derde van de ondervraagden voelde zich tijdens de rouwperiode soms onbegrepen of alleen op het werk.

CNV-voorzitter Hans van den Heuvel noemt de impact groot. Volgens hem ontbreekt het op veel werkplekken niet noodzakelijk aan goede wil, maar vooral aan kennis over wat rouw met mensen doet.

Twee weken wettelijk rouwverlof

CNV pleit al sinds 2020 voor een wettelijk recht op twee weken rouwverlof. Volgens de vakbond is een landelijke regeling noodzakelijk om werknemers na een ingrijpend verlies voldoende ruimte te bieden.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat 76 procent van de ondervraagden voorstander is van wettelijk rouwverlof. Bovendien denkt 79 procent dat zo'n regeling langdurige uitval kan helpen voorkomen.

Dat laatste is belangrijk, omdat rouwverlof niet alleen vanuit menselijk perspectief wordt besproken. Ook voor werkgevers kunnen de gevolgen van onvoldoende ondersteuning groot zijn. Langdurig ziekteverzuim, verminderde concentratie en uitval brengen immers eveneens kosten met zich mee.

Toch is daarmee niet bewezen dat twee weken verlof een burn-out voorkomt. Het onderzoek brengt ervaringen en klachten van rouwende werknemers in kaart, maar toont geen rechtstreeks oorzakelijk verband aan tussen het ontbreken van verlof en het ontstaan van een burn-out.

Wel onderstrepen de resultaten dat rouw en werk elkaar op verschillende manieren beïnvloeden en dat ondersteuning van werknemers meer vraagt dan alleen vrijaf voor een uitvaart.

Nederland heeft nog altijd geen algemeen wettelijk rouwverlof

Op dit moment bestaat in Nederland geen algemeen wettelijk recht op betaald rouwverlof.

Wanneer een direct familielid overlijdt, kan een werknemer gebruikmaken van calamiteitenverlof of kort verzuimverlof. Dit is bedoeld om onmiddellijk noodzakelijke zaken te regelen. Het salaris wordt tijdens dit verlof in beginsel doorbetaald.

Daarna zijn werknemers voor aanvullend verlof vaak aangewezen op afspraken in hun cao, arbeidsovereenkomst of overleg met hun werkgever.

Dat leidt tot grote verschillen. De ene werknemer krijgt meerdere dagen of zelfs weken betaald verlof, terwijl een ander vakantiedagen moet opnemen, onbetaald verlof aanvraagt of zich wegens gezondheidsklachten ziekmeldt.

Volgens CNV bestaan inmiddels in meer dan tachtig cao's afspraken over rouwverlof. In sommige sectoren, waaronder de bouw, het openbaar vervoer en de kinderopvang, zijn regelingen opgenomen die tien dagen verlof mogelijk maken.

Maar die afspraken gelden niet voor iedereen. Bovendien weet volgens het nieuwe CNV-onderzoek 53 procent van de werknemers niet of er binnen de eigen organisatie afspraken over rouwverlof bestaan.

Een wetsvoorstel, maar nog geen nieuwe wet

In juli 2024 dienden Tweede Kamerleden Chris Stoffer (SGP), Inge van Dijk (CDA) en Don Ceder (ChristenUnie) een initiatiefwetsvoorstel in om betaald rouwverlof wettelijk vast te leggen.

Het voorstel geeft werknemers in gezinnen met minderjarige kinderen recht op minimaal één werkweek betaald rouwverlof wanneer hun partner of een minderjarig kind overlijdt. De verlofdagen kunnen flexibel worden opgenomen vanaf de uitvaart tot een jaar na het overlijden.

De gedachte daarachter is dat werknemers niet onmiddellijk volledig hoeven terug te keren naar hun werkzaamheden en dat langdurig ziekteverzuim mogelijk kan worden voorkomen.

Toch is de wet ruim twee jaar later nog altijd niet aangenomen. Begin november 2026 bevindt het voorstel zich nog in behandeling bij de Tweede Kamer. Een ingangsdatum is niet bekend.

Daarmee blijft het voorlopig bij een voorstel, terwijl de maatschappelijke discussie over rouwverlof doorgaat.

Raad van State kritisch op beperkte doelgroep

De Raad van State heeft begrip voor de wens om rouwverlof wettelijk vast te leggen, maar plaatste in oktober 2024 belangrijke kanttekeningen bij het wetsvoorstel.

Een van de belangrijkste bezwaren betreft de beperkte doelgroep. Waarom zou een werknemer die zijn partner verliest en minderjarige kinderen heeft, wel recht krijgen op betaald rouwverlof, terwijl iemand zonder kinderen dat recht niet krijgt?

En waarom zou het overlijden van een minderjarig kind wel onder de regeling vallen, maar het overlijden van een volwassen kind niet?

Ook het verlies van een ouder, broer, zus of andere dierbare kan ingrijpende gevolgen hebben.

Volgens de Raad van State laat de manier waarop mensen rouwen zich niet eenvoudig afbakenen. Het adviesorgaan vraagt daarom om een betere onderbouwing van de gekozen doelgroep of een heroverweging daarvan.

Daarnaast waarschuwt de Raad van State dat een wettelijke minimumnorm van vijf dagen in de praktijk als maximum kan worden geïnterpreteerd. Daarmee zou een regeling die bedoeld is om meer ruimte te bieden juist tot minder maatwerk kunnen leiden.

Werkgevers benadrukken het belang van maatwerk

Niet iedereen is overtuigd van de noodzaak van een algemene wettelijke regeling.

Werkgeversvereniging AWVN wees in april 2025 op onderzoek waaruit bleek dat veel werkgevers het bestaande verlofstelsel al ingewikkeld vinden. Volgens de vereniging kunnen werkgevers en werknemers bij ingrijpende gebeurtenissen vaak samen afspraken maken die beter aansluiten op de persoonlijke omstandigheden.

Die benadering heeft een belangrijk uitgangspunt: geen twee rouwprocessen verlopen hetzelfde.

Voor de ene werknemer kan werk na een overlijden een belangrijke bron van structuur, steun en afleiding zijn. Een ander heeft juist behoefte aan rust en afstand. Ook kan die behoefte in de loop van de tijd veranderen.

Daarmee hoeft een wettelijk recht op verlof niet tegenover maatwerk te staan. Een wettelijke basis kan werknemers zekerheid bieden, terwijl aanvullende afspraken ruimte laten voor individuele behoeften.

Rouw laat zich niet in verlofdagen vangen

De discussie over rouwverlof raakt uiteindelijk aan een fundamentelere vraag: hoeveel ruimte geven we in onze samenleving aan mensen die iemand verliezen?

Rouw verloopt niet volgens een vast tijdschema. Het verdriet kan in de eerste dagen na een overlijden overweldigend zijn, maar juist ook weken of maanden later nadrukkelijk aanwezig blijven.

Na de uitvaart verdwijnen vaak de praktische drukte en de aanwezigheid van familie en vrienden. Het gewone leven gaat verder, terwijl voor degene die achterblijft veel definitief veranderd is.

Een wettelijke verlofregeling kan dat verdriet niet wegnemen. Ook twee weken betaald verlof zijn geen oplossing voor alles wat verlies met zich meebrengt.

Maar een regeling kan wel erkennen dat rouw gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren en dat van werknemers niet altijd kan worden verwacht dat zij onmiddellijk terugkeren naar hun oude niveau.

Daarvoor is meer nodig dan verlof alleen. Leidinggevenden moeten ruimte bieden voor gesprekken, tijdelijke aanpassingen van werkzaamheden en een geleidelijke terugkeer wanneer dat nodig is. Ook collega's spelen een belangrijke rol.

De cijfers van CNV maken duidelijk waarom die aandacht noodzakelijk is. Terwijl de politiek nog discussieert over de voorwaarden en duur van wettelijk rouwverlof, ervaren veel werknemers nu al dat de beschikbare ruimte tekortschiet.

Misschien is dat wel de belangrijkste vraag achter het debat. Niet alleen hoeveel dagen iemand na een overlijden vrij mag nemen, maar ook hoe we omgaan met mensen wanneer zij daarna weer aan het werk gaan.

Want na een paar dagen kan iemand weer op zijn werk verschijnen. Dat betekent nog niet dat het gewone leven ook alweer is begonnen.

Reageer

Alleen geautoriseerde gebruikers kunnen een reactie achterlaten
Heb je al een account? Inloggen
Abonneer je
Ja, houd mij ook op de hoogte
nieuws, webinars en meer

Inschrijving ontvangen!

Vanaf nu ontvangt u onze nieuwsbrief.