Van de spoedeisende hulp rechtstreeks naar het hospice: nieuw zorgpad voorkomt onnodige ziekenhuisopnames
Een patiënt in de laatste levensfase komt met ernstige benauwdheid op de spoedeisende hulp terecht. Naar huis gaan is niet meer mogelijk, maar een ziekenhuisopname biedt nauwelijks meerwaarde. Wat dan? Amsterdam UMC en hospice Kuria ontwikkelden een alternatief: het acute hospicebed. Een initiatief dat laat zien dat passende palliatieve zorg soms vooral vraagt om een andere organisatie van de zorg.
Een patiënt in de laatste levensfase komt met ernstige benauwdheid op de spoedeisende hulp terecht. Naar huis gaan is niet meer mogelijk, maar een ziekenhuisopname biedt nauwelijks meerwaarde. Wat dan? Amsterdam UMC en hospice Kuria ontwikkelden een alternatief: het acute hospicebed. Een initiatief dat laat zien dat passende palliatieve zorg soms vooral vraagt om een andere organisatie van de zorg.
Voor mensen in de laatste levensfase is een bezoek aan de spoedeisende hulp vaak ingrijpend. Er volgen onderzoeken, gesprekken en soms een ziekenhuisopname. Terwijl de behoefte van de patiënt op dat moment misschien vooral bestaat uit verlichting van klachten, rust en nabijheid van naasten.
Toch is een rechtstreekse opname in een hospice lang niet altijd eenvoudig te organiseren. Zelfs wanneer duidelijk is dat ziekenhuiszorg weinig meer toevoegt, kan het dagen duren voordat iemand naar een hospice kan worden overgeplaatst.
Amsterdam UMC en hospice Kuria besloten daarom een andere route te ontwikkelen.
Binnen 24 uur naar het hospice
Het zogenoemde acute hospicebed is bedoeld voor patiënten met een korte levensverwachting die onverwacht ernstig achteruitgaan en niet meer naar huis kunnen.
In plaats van een ziekenhuisopname kunnen zij vanuit de spoedeisende hulp rechtstreeks worden overgeplaatst naar een hospice. Het streven is om dit binnen 24 uur te realiseren.
Het project staat onder leiding van internist-oncoloog en hoogleraar klinische palliatieve zorg Lia van Zuylen. Aanvankelijk richtte het initiatief zich op mensen met kanker in de terminale fase.
Het gaat nadrukkelijk niet om een versnelde hospiceroute voor iedereen die palliatieve zorg ontvangt. De voorziening is bedoeld voor situaties waarin acute problemen ontstaan en een ziekenhuisopname geen passende oplossing meer is.
Waarom is dit niet vanzelfsprekend?
Een belangrijk obstakel blijkt de financiering.
Een hospice moet ruimte hebben om iemand onverwacht op te nemen. Daarvoor zijn beschikbare bedden en voldoende gespecialiseerd personeel nodig. Maar het structureel vrijhouden van een bed kost geld, terwijl de reguliere bekostiging daar onvoldoende ruimte voor biedt.
Samen met zorgverzekeraar Zilveren Kruis ontwikkelden Amsterdam UMC en Kuria daarom een alternatieve bekostigingsvorm.
Hierbij worden financiële afspraken gekoppeld aan concrete kwaliteitsdoelen, zoals de beschikbaarheid van hospicebedden, snelle overplaatsing en patiënttevredenheid.
Het initiatief maakt deel uit van een breder programma van ZonMw waarin wordt onderzocht hoe andere vormen van financiering kunnen bijdragen aan betere palliatieve zorg.
Eerste patiënten inmiddels overgeplaatst
Volgens de projectbetrokkenen zijn inmiddels 23 patiënten naar hospice Kuria overgeplaatst en één patiënt naar een ander hospice.
Ook andere hospices in de regio hebben belangstelling getoond. Door onderling samen te werken, kunnen beschikbare bedden beter worden benut.
Dat is een belangrijke ontwikkeling. Want wanneer één hospice geen plaats heeft, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat een patiënt alsnog in het ziekenhuis moet blijven.
Tegelijkertijd is verdere evaluatie noodzakelijk. De betrokken organisaties willen onder meer beter inzicht krijgen in de effecten op kwaliteit van zorg, patiënttevredenheid en kosten.

Niet iedere crisis vraagt om een ziekenhuisbed
Het initiatief raakt aan een bredere discussie binnen de palliatieve zorg. Wanneer iemand ernstig ziek is en de laatste levensfase is aangebroken, is een ziekenhuisopname niet altijd de meest passende vervolgstap.
Dat betekent uiteraard niet dat acute medische zorg achterwege moet blijven wanneer deze zinvol is. Maar het vraagt wel om een zorgvuldige afweging van de doelen van behandeling.
Wat heeft iemand op dat moment werkelijk nodig? Welke zorg draagt nog bij aan kwaliteit van leven? En op welke plek kan die zorg het beste worden geboden?
Juist bij patiënten met een beperkte levensverwachting kunnen deze vragen het verschil maken tussen een belastende ziekenhuisopname en een rustige, goed begeleide laatste levensfase.
Het acute hospicebed laat zien dat passende palliatieve zorg niet uitsluitend afhankelijk is van medische kennis en deskundigheid. Ook samenwerking, organisatie en financiering bepalen of patiënten de zorg kunnen krijgen die bij hun situatie past.
En misschien is dat wel de belangrijkste les: goede zorg betekent niet altijd dat iemand in het ziekenhuis moet blijven. Soms betekent het juist dat iemand daar zo snel mogelijk weg kan.
Bron: ZonMw, 29 oktober 2026. Het acute hospicebed: passende palliatieve zorg met alternatieve bekostiging.
Reageer