Die ene palliatieve patiënt van Elisabeth Amels, verpleegkundige in een high care hospice
Henk was bang om alleen te sterven. Elisabeth beloofde bij hem te blijven en hield zijn hand vast tot het einde. Ze wist toen nog niet dat die dagen aan zijn zijde haar leven voorgoed zouden veranderen.
In de rubriek 'Die ene palliatieve patiënt' vertelt een zorgverlener over een patiënt die indruk heeft gemaakt of een nieuw inzicht heeft gegeven. Deze aflevering met Elisabeth Amels, verpleegkundige in een high care hospice.
‘Henk was een goede vriend van mijn buurvrouw. Hij leidde een wat teruggetrokken bestaan en had, afgezien van die buurvrouw, nauwelijks sociale contacten. Henk was gescheiden en had kinderen maar ook met hen had hij geen contact meer. Toch leek hij tevreden met zijn muziek en zijn biertje. Ik kende Henk al geruime tijd. Doordat ik bevriend ben met de dochter van mijn buurvrouw kwam ik vaak bij hen over de vloer en trof Henk daar regelmatig.
Op een gegeven moment kreeg Henk longkanker, met uitzaaiingen naar zijn hersenen. Mijn buurvrouw vergezelde hem bij zijn bezoeken aan zijn medisch specialist, maar toen haar eigen vader ernstig ziek werd, kon ze minder voor Henk betekenen. Thuis ging het niet langer en daarom werd hij opgenomen in het ziekenhuis, waar hij wachtte op een plek in een hospice. Toen die plek eindelijk beschikbaar kwam, was Henk te zwak om nog vervoerd te worden. Hij was volledig uitgemergeld en zag er broos uit. Zijn toestand ging snel achteruit.
Henk bleef in het ziekenhuis. De verpleegkundigen zorgden goed voor hem maar konden vanzelfsprekend niet voortdurend bij hem zijn. Juist daar had hij op dat moment behoefte aan: de nabijheid van iemand die bleef.
Mijn buurvrouw probeerde contact te zoeken met zijn familie. Zijn jongste zoon overwoog kort om naar het ziekenhuis te komen, maar besloot uiteindelijk niet te gaan. Ik zag hoe alleen Henk was en zei: "Ik blijf wel even bij je zitten." Hij was niet zozeer bang voor de dood, maar wel voor het vooruitzicht om alleen te sterven. Niemand zou dat hoeven meemaken.
Thuis had ik kleine kinderen, mijn vriend zorgde voor hen. Na anderhalve dag wilde ik even naar huis om me op te frissen. Ik bleef ongeveer twee uur weg. Toen ik terugkwam, was Henk volledig overstuur. De verpleegkundigen waren opgelucht dat ik er weer was. Henk keek me met angstige ogen aan, pakte mijn hand en vroeg: "Blijf je bij me?" Ik beloofde het en vond dat ik die belofte moest nakomen.
Ik vond het aangrijpend dat hij niemand had en daar zo kwetsbaar en hulpeloos lag. Daarom bleef ik. Vrijwel voortdurend hield hij mijn hand vast. Dat gaf hem zichtbaar rust. Ik zat naast hem, uur na uur. Af en toe kwam er iemand langs met koffie en thee, maar dat was alleen voor de patiënten bestemd. Ik kreeg niets. Gelukkig kwam er een medisch maatschappelijk werker langs, een bijzonder lieve vrouw. Zij zorgde ervoor dat ik iets te eten en te drinken kreeg en regelde een bed naast dat van Henk. Ook toen bleef hij mijn hand vasthouden. Als ik even naar het toilet ging, raakte hij meteen van slag. Door de uitzaaiingen in zijn hersenen was hij soms verward.
Hij wilde graag naar muziek luisteren. Via mijn telefoon liet ik Roy Orbison en Pink Floyd door zijn kamer klinken. De muziek maakte hem rustiger, maar zijn hand bleef in de mijne. Tegenwoordig bestaan er koppelbedden, maar die waren er destijds nog niet. Op een gegeven moment ben ik daarom maar naast hem gaan liggen. Soms doe je simpelweg wat nodig is. Henk kroop dicht tegen me aan. Hij zocht warmte, nabijheid en houvast. In die tijd werkte ik nog niet in de zorg en begreep ik niet goed wat er allemaal gebeurde. Soms zocht ik op mijn telefoon op wat de veranderingen in zijn toestand betekenden en wat ik kon verwachten. Op een nacht werd Henk plotseling heel onrustig. Hij schoot overeind en maaide met zijn armen om zich heen. Ik drukte op de bel, waarna hij medicatie kreeg om tot rust te komen.
Zo gingen er enkele dagen voorbij. Ik bleef bij hem, draaide zijn muziek en hield zijn hand vast. Toen het moment daar was voelde ik het leven uit hem wegvloeien. Ik kan niet goed uitleggen hoe, maar ik wist gewoon dat hij was overleden. Het was een bijzondere ervaring, helemaal niet beangstigend. Ik was de enige die op dat moment bij hem was. Daarna heb ik Henk, samen met een verpleegkundige, verzorgd en afgelegd. De maatschappelijk werker van het ziekenhuis vertelde me dat ik het goed had gedaan. Ze vroeg of werken in de zorg misschien iets voor mij zou zijn. Haar woorden zetten me aan het denken. Ik zocht uit wat er voor nodig was. Een halfjaar later bezocht ik een symposium waar Sander de Hosson sprak. Ik kocht zijn eerste boek en besloot verpleegkundige te worden. Henk liet mij zijn verzameling medische encyclopedieën na. Daarmee was de cirkel rond.’
Dit verhaal is gepubliceerd in de Week van de Palliatieve Zorg (3 t/m 10 oktober 2026). Tijdens deze week vragen we in heel Nederland aandacht voor palliatieve zorg en ondersteuning. Zo helpen we meer mensen te begrijpen wat palliatieve zorg is en wat het voor hen kan betekenen. Het doel: ervoor zorgen dat iedereen op het juiste moment de juiste zorg en ondersteuning ontvangt.
Een aantal verhalen uit deze rubriek, geschreven door journalisten Gertien Koster en Jos Schuring, zijn verzameld in het boek 'Die ene palliatieve patiënt vergeet ik nooit meer'. Wanneer je via boekhandel Riemer een boek van de speciale 'Carend pagina' aanschaft, draag je direct bij aan het werk van stichting Samen Carend: 10% van de omzet wordt afgedragen aan de stichting. Zo help je mee aan een toekomst waarin zorg niet alleen draait om systemen en productie, maar vooral om aandacht, kwaliteit, compassie en menselijkheid.
Jouw verhaal over die ene palliatieve patiënt hier? Stuur een bericht naar redactie@carend.nl, dan nemen Gertien en Jos contact met je op.
Reageer