Madeleine Wellhüner benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
Madeleine Wellhüner is geridderd voor haar inzet om complementaire zorg en reguliere medische zorg dichter bij elkaar te brengen.
Madeleine Wellhüner, hoofddocent en bestuursvoorzitter van Kicozo, het Kennisinstituut Integratieve en Complementaire Zorg, is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Burgemeester Joyce Vermue reikte op negen oktober 2026 de koninklijke onderscheiding uit tijdens het zestiende Kicozo-symposium in Archeon in Alphen aan den Rijn. Wellhüner kreeg de onderscheiding voor haar jarenlange inzet voor integratieve en complementaire zorg. Als verpleegkundige verdiepte zij zich in aromazorg, aquazorg en massage. Ze zette zich in om deze vormen van zorg beter te laten aansluiten op de gewone medische zorg.
Complementaire zorg staat onder zorgverleners steeds meer in de aandacht, zeker ook binnen de palliatieve zorg en de zorg in de stervensfase. Op het Zorg in de Stervensfase-congres van Samen Carend op 28 oktober zal Madeleine Wellhuner uitgebreid in gaan op dit onderwerp. Samen Carend stelde haar vijf vragen.
1. Wat is complementaire zorg?
Complementaire zorg is aanvullende, niet-farmacologische zorg, die gegeven wordt naast de reguliere zorg, uitgaande van een holistische benadering die de lichamelijke, emotionele, mentale, spirituele en sociale behoeften. Er zijn diverse vormen van complementaire zorg, van aromazorg en aquazorg, tot muziek, energetisch werken, ontspanningstechnieken en massage. Deze kunnen naar gelang individuele wensen, mogelijkheden en beperkingen worden ingezet voor extra comfort en de kwaliteit van leven en sterven verbeteren.
2. Waarom is complementaire zorg in de palliatieve zorg zo belangrijk?
Complementaire Zorg ziet de mens in de patiënt en is ziekte overstijgend, met aandacht voor wat hem of haar beweegt. Complementaire zorg kan de zintuigen aanspreken en aansluiten op de belevingswereld van de zieke en diens naasten. Complementaire zorg kan, veelal onderbouwd, symptomen en bijwerkingen verlichten zoals pijn, misselijkheid, braken, angst, vermoeidheid en slaapproblemen.
3. Wat ga je op het congres Zorg in de Stervensfase van 28 oktober vertellen?
Op het congres zal ik ingaan op wat complementaire zorg in de palliatieve fase wel en niet is en ook enkele mythes die er nog zijn rond complementaire zorg bespreken. Ik zal aandacht besteden aan de Handreiking Complementaire Zorg in de Palliatieve Fase (2023) en dieper ingaan op de afzonderlijke mogelijkheden – die ook beperkingen kunnen hebben. Tenslotte willen we het comfort vergroten en daarbij is het belangrijk om de grenzen te kennen. Tussendoor benoem ik enkele aansprekende voorbeelden die complementaire zorg meer gezicht geven.
In mijn workshop op het congres geef ik een korte inleiding en zal het daarna hebben over de laatste dagen en uren, waarin alles wat goede zorg is bij elkaar komt. Sommige vormen van complementaire zorg kan iedereen leren, maar dat dient wel met grote zorgvuldigheid te gebeuren in de laatste fase. Aan de hand van voorbeelden en casuïstiek laat ik zien en ook ervaren, met geurige en sensorische ervaringen, hoe zinvolle complementaire zorg een grote ondersteuning kan zijn tijdens het stervensproces voor patiënten en naasten.
4. Waar kunnen onze lezers meer informatie krijgen?
Op de site van Kicozo en op Palliaweb staan de richtlijnen.
5. Hoe zie je de verdere toekomst van complementaire zorg binnen de palliatieve zorg?
Ik zie een toekomst van acceptatie en integratie van complementaire zorg in de zorg in de breedte. Wanneer we bereid zijn bruggen te bouwen tussen regulier en – evidence based – zinvolle en passende complementaire zorg, dan wordt ziektezorg werkelijk gezondheidszorg, ook wanneer genezen geen optie is. Wanneer we met elkaar optrekken met mens in de patiënt centraal kunnen we met elkaar de beste en compleetste zorg geven die mensen in de palliatieve fase verdienen.
Reageer