De glimlach van mijn vader
Een foto, een stronkje hout en een groen bolletje. Inge vertelt over de bijzondere voorwerpen die haar aan haar vader herinneren.
Pleisterplek. Een rubriek -kort maar fijn- over dat ene dierbare plekje in je huis of je tuin of je auto of zomaar ergens onderweg, waar je even heel fijn herinnerd wordt aan degene die er niet meer is. Waar je regelmatig bij stilstaat en je weer even zorgeloos weet en voelt dat diegene nog bij je is. Deze aflevering vertelt Inge Höper over haar pleisterplek:

Op een plank in onze kast staat een stronkje hout, een foto en een groen bolletje. Op het eerste gezicht lijkt het misschien een sfeervol stilleven, het verhaal erachter is echter allesbehalve stil.
De foto is het portret van mijn vader op 14 of 15 jarige leeftijd. De foto is waarschijnlijk vlak na de tweede wereldoorlog genomen. Op de achterkant staat in een sierlijk handschrift ; “dein immer an dich denkenden freund Hugo”
Voor wie deze foto was bedoeld, weet ik niet. De tekst klinkt als een afscheid. Het zal te maken hebben gehad met een verhuizing van Duitsland naar Nederland. Over die periode en wat er aan voorafging werd weinig gesproken.
Ik vind de foto prachtig, ik zie hoe mijn zonen op hem lijken, maar ik zie ook pijn in zijn blik. De waarheid van een oorlog met al zijn verdriet in een mooi plaatje. Waarschijnlijk was de foto voor iemand bedoeld en er niet terecht gekomen. Ik ben nu dankbaar dat hij in mijn bezit is, het zegt zoveel over mijn vader.
Het stronkje hout komt uit een bos waarvan ik uit betrouwbare bron heb vernomen dat mijn vader daar verwekt is. In dat bos is zijn as deels uitgestrooid, als ik er wandel of hardloop voelt mijn vader altijd weer even dichtbij.
Het groene ornament is (uiteraard) van papier (papier is mijn uitingsvorm), het is groen, ons beider lievelingskleur. Om de zachtheid aan te geven van het karakter van mijn vader kon het niets anders dan een bolletje zijn. Een deel van zijn as omhuld door groene, zachte liefde.
De draden verbinden alles met elkaar. Verbinding is het eerste woord dat bij me opkomt als ik aan hem denk. In gezelligheid en samenzijn van de familie, in behulpzaamheid voor iedereen die iets nodig had. De deur stond altijd open, vrienden maar ook onbekenden waren altijd welkom.
Als oud mijnwerker en muzikant kende hij veel mensen. En wist hij vaak wat er nodig was, en waar hij dat vandaan moest halen. Meer dan eens kwam het uit zijn eigen portemonnee, kleerkast of kluskelder…
Hij was een strenge vader, maar de herinneringen aan zijn gulheid en gezelligheid zijn warm.
Ik glimlach als ik denk aan de woorden op zijn condoleance kaart, die hij me kort voor zijn onverwachte overlijden meedeelde. Hij had ze gehoord in een film, of ik dat wilde onthouden: ‘Denk aan me in vreugde, niet in verdriet, denk je aan me in verdriet, gedenk me dan maar niet’.
Met rouwen kwam je niet ver, dat leek soms een levensmotto. Inmiddels weet ik dat dit uit bescherming was. En uit noodzaak. Er moest brood op de plank. Het leven ging door, voor zijn eigen gevoel was geen ruimte.
Hij stierf aan de gevolgen van een aneurysma. In het ziekenhuis stonden we met het gezin rond zijn bed. De kans van slagen van de operatie was vrij klein. Hij zei ons te stoppen met huilen, dat het leven goed geweest was, en dat we voor elkaar moesten zorgen.
Zijn laatste woorden sprak hij tegen de chirurg die stond te wachten, papa klopte hem op zijn arm en zei bijna amicaal: ‘Kom jong, we gaan, doe je best, maar als het niet lukt, neem ik het je niet kwalijk’.
Hij hief zijn hand op en zwaaide glimlachend naar ons.
Die glimlach zit in mij, en in mijn pleisterplek.
Reageer